Vers Vuur op een hete meidag - een verslag
Door Nathalie Brouwers en Magy De Bie
VERS VUUR viert woordkunst in al haar vormen, en nodigt een breed publiek uit om literatuur op onverwachte, vernieuwende en toegankelijke manieren te beleven. Voor deze editie op 23 mei in De Roma is Antwerps stadsdichter Esohe Weyden er bij als co-curator van het festival.
Extra vuur op een hete meidag? No problem! Met een overlappend programma in twee zalen kan je natuurlijk nooit alles meemaken, maar hier volgt een poging om de avond samen te vatten.
Nathalie: Als je op een bloedhete zaterdag hebt afgesproken om samen te komen bij een Vers (poëtisch) Vuur, heb je eerst nog wel even zin om op 10 minuutjes wandelen van metrohalte Zegel je stembanden te smeren en te verfrissen met het ijsjes-aanbod van Borgo Gelato. Zo val ik net op tijd binnen om de opening van het programma mee te maken. Luan Buleshkaj, een in Amsterdam geboren en getogen slam poëet met Kosovaars-Albanese roots, opent de avond in de Foyer voor een die-hard groepje dat al rond 18.30 uur aanwezig is en langzaamaan zal aanzwellen.
Vrij onbekend hier in Vlaanderen, heeft hij als woordkunstenaar faam verworven met zijn scherpe maar toegankelijke stijl binnen de Nederlandse spoken word- en poëziescene en als scherpe columnist op de radio.
Magy: Balancerend tussen het persoonlijke en het maatschappelijke, brengt Luan een ritmische spoken word-performance met veel woordspel, humor en herhaling: “Ik val in herhaling maar sta voor vernieuwing”. De herhaling is functioneel, zo heb je elk woord en elke nuance mee. Fris!
Nathalie: Hij doet het goed, en vooral houdt hij je vast zodat je bijna vergeet dat ernaast in Amor het Internationaal Poëziesalon al even begonnen is.
Op dit salon zijn vier internationale dichters gekozen door Poëziecentrum en het Europese Versopolis poëzieplatform om uit hun werk voor te lezen en kort in gesprek te gaan met host Carmien Michels. Ze lezen voor in de eigen taal, de vertaling in het Engels en Nederlands wordt geprojecteerd op een scherm achter hen.
Magy: Alleen al de muzikaliteit en het ritme van die verschillende talen is smullen. Voor de Italiaanse poëet Massimo Morasso zijn we net te laat. De Noorse Priya Bains gaat in haar bundel aan de slag met het verhaal en de figuur van Madame Butterfly [Italiaanse klassieke opera van Giacomo Puccini, nvdr]. Hoe doe je dat, zo’n klassieker naar je hand zetten, wil Michels weten. “Eens ik het framework van het verhaal had, nam de muzikaliteit van de tekst het over”, zegt Bains.
Nathalie: Binnenkomend bij Priya Bains gaat mijn hart wat sneller kloppen want haar poëtische taal lijkt wat op het Zweeds, een taal die ik ooit enkele jaren in me hebt opgenomen.
De Noorse klanken zijn ongeveer hetzelfde, ik probeer te volgen maar ben toch blij met de projectie en de boekjes die je als bezoeker krijgt met haar werk en dat van de volgende dichter.
Magy: Het werk van de Tjechische Filip Klega combineert observatie met ritme en energie. Zijn inspiratie haalt hij uit de “underground scene”, hij wil de stem vertolken van mensen aan de rand van de maatschappij.
Nathalie: Filip kaart vooral concrete politieke en socio-economische zaken in zijn gedichten aan. Dat doet hij, rauw en met humor. Na hem komt Sasja Janssen uit Nederland als laatste aan de beurt en is het best een aanpassing om weer in haar beeldtaal te belanden. En alweer vertrekken we naar het volgende onderdeel van het programma.
In de gang van De Roma kon je bij het binnenkomen op een draaimolen kaartjes kiezen voor een Literaire dubbeldate met telkens een duo dichters. Het blijkt er één per persoon te zijn, en niet voor twee, dus je leert dan tegelijkertijd ook nog aan de datingtafel een andere persoon kennen die er bij komt zitten. Ik schuif aan bij Sarah de Koning, die genomineerd was voor de Herman de Coninckprijs en nu net de nog vrij jonge Johan Polakprijs heeft gewonnen met haar debuutbundel ‘Tekstielen’. Een dikke proficiat is hier op zijn plaats. Zij en de Nederlandse dichter-auteur Aska Hayakawa lezen voor, die laatste uit haar nog ongetitelde debuutroman die dus echt waar over het leven van kakkerlakken zal gaan!
Aska leest als eerste voor uit het begin van haar roman. Er zitten heel wat metaforen in, bij een redelijk snelle dubbeldate niet zo vanzelfsprekend, dus het is wat werken om telkens in de leefwereld van elke dichter te komen. Dat komt echter goed. Sarah heeft het voordeel dat haar gedichten mooi afgewerkte stukjes zijn, en voor dit doel dus erg geschikt. Haar performance op de Herman de Coninckprijs overtuigde al van haar kunnen.
Magy: In de Foyer is het tijd voor de Staddichters showcase: Esose Weyden (Antwerpen), Benzokarim (Rotterdam) en Myriem El-Kaddouri (Kortrijk) brengen samen een performance, ondersteund door een muzikant. Afwisselend nemen ze het woord in een vurige ontmoeting tussen steden, perspectieven en poëtische kracht, wat zorgt voor een mooie samenzang.
Nathalie: Alles gaat snel op dit festival waar ik voor een eerste keer rondloopt, ik maak het laatste stuk mee van de drie “stadsdichters” op een rij. De Vlaamse dames kende ik al, Benzokarim is weer een onbekende Nederlandse naam van de jonge garde. Waar is de tijd dat ik zelf nog jonger was, er een Antwerps stadsdichter was die uit Rotterdam kwam, perfect Wannes’ stem kon brengen met veel liefde én later de Nederlandse Dichter des Vaderlands werd? (Ramsey Nasr’s woorden resoneren gelukkig nog tot hier.)
Er zit een hick-up in het programma, en er wordt snel een aanpassing gedaan. We worden ineens opgeroepen naar Ikraaan te gaan luisteren in Amor, die inderdaad geweldig is, maar door de massale verplaatsing wordt de ruimte zelfs even afgesloten. Brandveiligheid eerst!
Dan maar even in de buitenlucht blijven, en checken bij de Tsjechische Filip Klega hoe hij het hier vindt. Hij vertelt over het één maand durende poëziefestival dat hij mee organiseert in augustus in zijn “post-industriële” thuisstad Ostrava die ook resoneert in zijn poëzie. Elke dag nodigen ze een maand lang een Tsjechische of Slovaakse schrijver of dichter uit om hun werk te komen voorlezen. Ze nodigen ook andere nationaliteiten uit en zijn weliswaar meer gericht op Oost-Europa.
Magy: Amor wordt dan toch terug opengesteld en zo kunnen we nog de laatste 10 minuten meepikken van een betoverende Ikraaan. Ik zag haar al eens omringd door muzikanten in Het Bos, nu zit ze solo op het podium, enkel gewapend met micro en woorden. Ze spreekt in het Engels, haar stem zacht, bezwerend, activistisch: “You will burn down with the ones you have enslaved. You don’t escape the fire in the dark. As I will expand, so will my love.” Na haar performance geeft ze ons nog een belangrijke boodschap mee: “Blijf dicht bij je innerlijke kind! Be close to who you are. No child shall be left behind.”
Nathalie: In de foyer van de Roma wordt het programma gewoon gevolgd, al zit er wat vertraging op. Met enkele bekende gezichten in de buurt luisteren we naar Maya Wuytack die haar hele lichaam en haar trommel inzet om haar geëngageerde blik op de wereld te delen en anderen te enthousiasmeren in hun engagement en zich te blijven verwonderen. Mij heeft ze helemaal overtuigd. Weer een nieuwe naam om te onthouden! Maya verdient een groot podium en ik bedenk, hoop, dat zij af en toe meeloopt in de manifestaties vandaag de dag.
Magy: Op de trap, in het felle spotlicht, brengt ze een korte krachtige performance: het beklijvend (activistisch) gedicht over wat we “de schreeuw” allemaal hebben aangedaan komt binnen. Nadien een zingend zalvend gedicht over de liefde. Met haar woorden, straffe dan zwoele stem en gerichte gebaren weet ze ieder te raken. Benieuwd naar haar boek, met de langste titel van alle boeken die hier in de stand liggen: IETS WAT RAASKALT IETS WAT STIL IS IETS WAT BREEKT IETS WAT OVERBLIJFT IETS WAT DE NACHT DOORBRENGT MET MIJ.
Nathalie: Kleine pauzes worden gevuld om bij te tanken met een fris drankje en een lekkere snelle hap waarvoor heel wat vrijwilligers van De Roma en Amor weer garant staan. De upbeat muziek in de foyer is er voor diegenen die hun beentjes op de luid klinkende beats willen strekken. Wat rondwandelen kan natuurlijk ook, naar die – risicovolle – poëzieshop bijvoorbeeld. Met Sarah in de buurt voor een handtekening val ik voor haar bundel “tekstielen” evenals voor de tweede bundel van de Klimaatdichters waaraan vijftig dichters hebben meegewerkt met “Gedichten vanuit niet-menselijk perspectief” van zowel dieren, planten, schimmels als bacteriën”.
Magy: Ook ik ga nog even op Literaire dubbeldate. De schrijvers voor deze dates werden gekozen door deBuren (Aska Hayakawa, Dan Afrifa, Sarah de Koning, Uschi Cop) en Poëziecentrum (Kevin Amse, Liesbeth D’Hoker, Margot Delaet, Khalid Boudrari). Dat de auteurs niet zomaar lukraak zijn samen gezet, wordt snel duidelijk. Ik zit aan tafel bij Dan Afrifa, die werkt aan zijn eerste boek over mannenvriendschap, en bij Uschi Cop, die met “Dodenman” een boek schreef met als hoofthema femicide. Dit spanningsveld leidt tot interessante vragen en gesprekken in het kleine gezelschap.
Daarna weer naar de Foyer, die is veranderd in een Verbale Arena: in WORD WA(A)R kruisen 2 schrijvers/performers de degens. Er wordt niet enkel gesproken, maar gebruld, gevloekt en geplot. Zelfs de kostuums zijn onderdeel van de aanval. Hier zijn poëzie en humor de enige toegestane wapens.
Nathalie: De beschrijving van dit concept is veelbelovend als je ook een comedy-fan bent. En met deze tweede “wo(o)rd battle” van de avond worden deze beloftes ook “waar” gemaakt.
Deze battle gaat tussen “De Slager” Yannick Moyson en “De Vegan” Luan Buleshkaj. Of het nu vlees, flexitarisch of radicaal veganistisch is, de Vlaamse boutade bij je beenhouwer “Mag het wat meer zijn” klopt nu niet meer. Hiervan wil je gewoon méér, méér, méér. De slam poets in de arena worden acteurs, poëtische rappers, nemen het juiste ritme, placeren hun stiltes overdacht en proberen je te overtuigen van hùn gelijk over een thema dat ze wel op voorhand kennen. Het kan over van alles gaan. Je krijgt een messcherpe en razendsnelle performance te zien. De aimabele Seckou, nóg een stadsdichter in da house, vuurt beide partijen aan en is helemaal in zijn sas.
Yannick heeft “vleesvervangende schaamte” maar Luan is een trotse “houmousseksueel”. Hilarisch, dynamisch, spannend. De winnaar wordt net als bij de BIL (Belgische Improvisatieliga) aangeduid door wie het luidste applaus krijgt: de Vegan (alias Nederlander Luan) heeft ondanks of net dankzij zijn lef (en charisma) door als poëtisch uitsmijter te eindigen niets zo erg te vinden als het Vlaamse accent, de meeste boe’s maar ook het meeste applaus gescoord.
Magy: We gaan nog even samen op dubbeldate met Kevin Amse en Liesbeth D’Hoker, waar we voor de gezelligheid met vijven aan het daten zijn. Drie deelnemers. Twee dichters die allebei net hun eerste bundel publiceerden bij Poëziecentrum. Twee heel uiteenlopende stijlen, prikkelende voorsmaakjes van hun werk.
Nathalie: Ook hier is bij beiden de lach niet veraf in hun poëzie. Dat laatste verwacht je zelf niet altijd en nét dat evenals de fijne gesprekken zal ik nog even meedragen van deze editie. De energie die je hier opdoet, maakt dat je het (poëtisch) vuur wil blijven doorgeven en helpt me in mijn eigen werkelijke wereld weer even te navigeren.
Magy: We misten helaas een ‘fokovitische’ installatie van Spitler, het koffieritueel van Tülin Erkan, de muziek van Willy Organ. We pikten slechts het staartje mee van de rappende Fresku, en bleven niet hangen voor de dansbeats van KleineRyan. Kiezen is verliezen, maar wij voelden ons vooral winnaars op deze rijke avond vol wondere woorden!
Volg Vers Vuur en het literaire productiehuis Vonk&Zonen.