Tom Lanoye - over brillen, bibliografie en J.M.H. Berckmans
door Katrien Verelst
Begin dit jaar verwierf het Letterenhuis in Antwerpen het archief van Tom Lanoye. Hoewel zijn carrière nog niet ten einde en zijn oeuvre wellicht nog niet volledig is, besloot hij om zijn kasten en laden leeg te halen en afstand te doen van alles wat van belang is geweest voor het tot stand komen van zijn werk-tot-nu-toe: vijfentwintig meter papieren archief, anderhalve terabyte digitaal materiaal en ettelijke dozen vol bijzondere voorwerpen, zoals bijvoorbeeld zijn iconische brillencollectie. Ik zocht hem op in zijn statige herenhuis in Antwerpen en vroeg hem waar die beslissing vandaan kwam.
Wat een prachtige plek is dit.
Ja, dit is de cockpit, hé. (lacht) Hier gebeurt de helft van het werk. De andere helft gebeurt in Zuid-Afrika, waar ik ieder jaar de winter doorbreng. De bedoeling is telkens om twee zomers te hebben, want het is daar zomer als het hier winter is. Maar dat mislukt aan deze kant nogal eens, maar tegenwoordig zijn de zomers hier juist beangstigend warm. Ik vertrek met gemengde gevoelens.
Is deze plek erg veranderd sinds uw archief hier niet meer staat?
Uiteraard! Veel van de kasten die je daar ziet zijn nu leeg. Er stond ook wel heel veel materiaal bij mijn redactrice Annie Van Landeghem, die mijn allereerste boek nog mee heeft uitgegeven bij Kritak. Zij heeft op basis van dat materiaal twee boeken samengesteld. Een daarvan kwam er ter gelegenheid van mijn zestigste verjaardag, een soort salontafelboek vol beeldmateriaal. Het tweede was een boekje met vroege brieven. Het bewijst hoe belangrijk een archief is, want zoiets kan je niet maken als je niet alles bewaart.
En nu worden veel van die dingen door het Letterenhuis bewaard.
Er zitten een aantal heel dierbare dingen bij, zoals bijvoorbeeld de trouwringen van mijn ouders, in een doos met nog veel meer materiaal rond mijn roman Sprakeloos. Ik werd hoe langer hoe beduchter voor het feit dat we zo vaak uithuizig zijn. Niet dat ik denk dat ze dat komen stelen.
Stel je voor dat er dieven komen die boeken stelen! Dan zouden we in de beste der tijden leven, natuurlijk. Maar wat als er tijdens onze afwezigheid iets gebeurt met ons huis? Zo werd er op een bepaald moment hiernaast gebouwd. Je weet maar nooit dat er iets zou verzakken of zo. Ik vond het eigenlijk niet meer verantwoord dat dat allemaal hier lag.
Dat was de aanleiding?
Zeker. Maar tegelijk waren er de gesprekken met het Letterenhuis rond een andere roman, De draaischijf. Ik ben hen en ook erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience zeer dankbaar voor de research waarbij ze me uitstekend hebben geholpen. Het is een schande dat beide instellingen worden gekortwiekt door een regering die wel poen verspilt aan een eigen poch-canon, een peperdure "smaakhaven" en een failliet vliegveldje dat geen hond gebruikt. Dankzij het Letterenhuis heb ik bijvoorbeeld het werk ontdekt van Lon Landau. Hij was de eerste professionele decor- en kostuumontwerper die in '38 voor een voorstelling van De Vos Reinaerde het kostuum ontwierp dat nu de cover van ReinAard (van Tom Lanoye, nvdr) siert. Die voorstelling werd gemaakt door Joris Diels die, samen met zijn broer Hendrik en zijn vrouw Ida Wasserman, de belangrijkste inspiratiebronnen zijn geworden voor de hoofdpersonen van De draaischijf. Het is geen sleutelroman, het is een historische roman, maar zeer duidelijk wel geïnspireerd door de figuur van Diels. Het was dus ongelooflijk om in het Letterenhuis te zijn en daar het prachtig bewaarde werk van Lon Landau te vinden, dat nu de rode draad voor de voorstelling van ReinAard vormt. Je zal het wel zien als je komt kijken!
Het archief is naast het eindpunt van uw eigen materiaal dus ook een startpunt voor nieuw werk?
Absoluut! Ik sprak tijdens mijn research vaak met experten en besefte zo dat een archief nu veel meer problemen stelt dan vroeger. Oude faxen, bijvoorbeeld, die lossen op in het niets. Alles wat digitaal is, wordt moeilijker en moeilijker om te raadplegen, omdat je de juiste programma’s nodig hebt om ze te openen. Daarnaast moeten ook de dragers nog toegankelijk zijn, zoals CD’s, DVD’s en videocassetten.
Maar u hebt dus zelf wel altijd heel veel bijgehouden?
Ik heb heel veel bewaard. Ik heb ook altijd gezorgd dat ik back-ups had, van verschillende versies en van redactierondes, bijvoorbeeld. Dat is allemaal bewaard en dat heb ik dan weer aan iemand anders te danken: Boris Rousseeuw, die onlangs overleden is. Hij had een drukpers thuis en hij had ook een kleine uitgeverij. Het allereerste dat hij ooit gedaan heeft, was het drukken van een brief die ik hem schreef vanuit Portugal, in twee exemplaren. Van bij het begin van mijn carrière steunde hij mij. Hij kocht mijn manuscripten en bond ze in, heel oubollig, in kalfsleer en zo, maar zo kwam ik op het spoor van het belang van de manier waarop iets bewaard wordt. Dankzij hem heb ik dus een waanzinnige reeks bibliofiele objecten die gebaseerd zijn op boeken van mij, zoals de cassette van Ten Oorlog uit roestvrij staal waarin de belettering is uitgelaserd en elk deeltje ingebonden is in een ander metaal. Of de koffer van de Monstertrilogie, waarin elk boek ingebonden is in een andere soort vloerbedekking: tapis plein, kokosmat en dweil. Wist je trouwens dat wij ongeveer het enige land ter wereld zijn dat zijn nationale driekleur verwerkt in zijn dweilen?
Bij de objecten die nu in het Letterenhuis zijn, daar zijn er wel erg persoonlijke spullen bij. Was het moeilijk om er afstand van te doen?
Zoals ik al zei, van vele waardevolle objecten vond ik het niet meer verantwoord dat ze hier lagen. Dankzij de overdracht aan het Letterenhuis kan ik ook nu bij leven en welzijn niet alleen die bijzondere dingen goed bewaard weten, ik kan ze ook nog om hulp vragen. Ik heb binnenkort weer een gesprek met de expert digitaal archief die mij nu gaat begeleiden om gemakkelijker en veiliger te werken, wég van de Amerikanen. Van Apple tot Meta: de pot op. Ik dacht: ik moet het nu doen. Dan kan ik mee nadenken als er iets moet beslist worden. Zo zullen er ook nog dingen terugkeren naar hier, dingen die te privé zijn en niet van belang voor eventueel onderzoek.
Hoopt u dat toekomstige studenten uw werk zullen bestuderen?
Ik krijg steeds meer vragen van mensen die mijn werk willen onderzoeken. Heerlijk, toch? Mensen die mijn Mama Medea vergelijken met de Medea-materiaal van Heiner Müller en met het oorspronkelijke verhaal.
Ik hoef dat niet meer op te volgen, ook dat loopt nu via het Letterenhuis. Het onderzoek kan beginnen en ik kan van waar ook ter wereld mijn toestemming geven. Mijn enige voorwaarde is dat de onderzoekers niet in het Engels schrijven. In het Nederlands, het Frans, het Duits voor mijn part, maar niet in het Engels.
Waarom niet?
De druk van de Angelsaksen op onze hele cultuur wordt te groot. De meeste doctoraten worden in het Engels geschreven, maar ik ben ervan overtuigd dat een intellectuele oefening voor mensen op die leeftijd moet gaan over accuraatheid en nuance. En aangezien taal denken is en omgekeerd, lukt dat alleen maar écht in je moedertaal. Tenzij je meertalig bent opgevoed, natuurlijk. Mijn vos (in ReinAard, nvdr) denkt zelf in een maaktaal met veel Engelse stoplappen en vloeken. Dat is tegelijk een aanklacht, maar het dient ook om te bewijzen hoe verleidelijk de taal van machtsmisbruik is, en hoezeer we beïnvloed zijn via al die misdaadfeuilletons en Tarantino-films. Mede door die op zich lekker swingende taal. Dat is wel een literaire ingreep die meer betekent dan alleen wat daar staat, namelijk: ik weet dat het lekker is, zo werkt de lokroep van de psychopaat. Maar laten we toch de rug rechten in dienst van ons machtig lenig ronkend en onovertroffen Nederlands. Dat bewijst de rest van het boek hopelijk óók.
Is dat wat u hoopt dat toekomstige studenten zullen ontdekken in uw oeuvre? De vurige strijd voor ons Nederlands?
Uiteraard. In al mijn onbescheidenheid ga ik ervan uit dat ik van mijn generatie een van de sleutelfiguren ben. Ik heb zelf ook Nederlands gestudeerd en ik denk dat het belangrijk is dat mijn werk gedocumenteerd en bestudeerd kan worden worden. Ook voor schrijvers van de toekomst. Zo zijn we er nu in geslaagd om met een handvol mensen het verzameld werk van J.M.H. Berckmans uit te geven. Ik ben er zo trots op dat dat gelukt is. Het was een project van twee jaar. En weet je, toen leerde ik Mil Sinaeve kennen, die meespeelt in de verfilming van Kartonnen Dozen. Pas afgestudeerd aan het conservatorium speelt hij nu bij De Roovers. Hij wilde al iets doen over Berckmans, maar wist niet dat dit project eraan kwam. En nu gaan ze het zeker doen, want ze hebben al het materiaal nu en zo is er een lijn gelegd om ook nieuwe lezers te 'maken' voor Berckmans, dankzij de voorstellingen die zij gaan maken.
Opnieuw dankzij het archief, dus.
Ik vind die archieven ontzettend belangrijk. Ik zie hoe ze in Nederland ongelooflijk goed werk leveren met de Koninklijke Bibliotheek en het Meermanno museum van het boek enzoverder. Dat zijn onze voorbeelden. Dan hebben we het nog niet eens over Frankrijk of Duitsland. Weet je, ik ben gerust dat alles in het Letterenhuis beter op zijn plaats is.
Ooit eindigt alles toch daar, dat was sowieso de bedoeling. En dan heb ik liever die overdracht zelf mee te maken. Het is een beetje spelen alsof je al dood bent, maar op een heel prettige manier. En ik weet dat het daar in goede handen is, tenzij onze Vlaamse regeringen op deze manier verdergaan. Ik hoop dat ik er nooit spijt van zal krijgen, en dat zeg ik echt met de dood in het hart.
Moet ik me daar nu zorgen over maken, dat daar van mij toch heel belangrijke zaken daar liggen? Misschien wordt ooit die boel gesloten. Wat dan? Moet ik mijn archief dan terugeisen?
Een laatste vraag: welk boek moet de Antwerpse lezer absoluut lezen volgens u?
Barakstad dus, van Berckmans. Uitgever Rudo Vanschoonbeek en ik waren de aanjagers van dat boek, maar we kregen de steun van een hele roedel: Saskia De Coster, Herman Brusselmans, Herman Grunberg, Ronald Giphart, acteurs zoals Josse De Pauw, Kristien De Proost, Guido Belcanto,... Berckmans heeft eindelijk in de boekentop 10 gestaan. 3500 exemplaren zijn er nu in druk. Fenomenaal!
En waarom moeten de Antwerpse lezers Barakstad lezen?
Barakstad is de perfecte titel voor zijn verzameld werk, waarin hij in geweldige literatuur en litanieën de zelfkant vastlegt die Antwerpen ook altijd gehad heeft. Barakstad tekent de andere kant van de Smaakhaven en de luchthaven van Deurne, de complete 'Grauwzone' die hier altijd heeft bestaan. Hij tekent een Antwerpen dat nog nooit op die manier is vastgelegd en dat het verdient om een even grote roepnaam te worden als Moeder, waarom leven wij of Arm Vlaanderen of Lijmen/Het been. Hij heeft van de zeemzoete koekenstad ook een wrangkomische Barakstad gemaakt, en dat verdiept onze literaire pedigree van Antwerpen. Voor mij is hij een parel aan de literaire kroon die Antwerpen terecht mag dragen, al eeuwen, van Anna Bijns tot Hendrik Conscience. Welnu: lees ook Berckmans om zijn ongelooflijke taalkracht, en besef dat je die nooit helemaal in het Engels zal kunnen omzetten.
Berckmans op Crossing Border - 8/11 - Arenberg
Het Grote JMHB Psychotraumatische Boekenbal
Crossing Border Antwerpen sluit af met een spetterende show van anderhalf uur in de grote geest van JMH Berckmans. Een spervuur van auteurs en muzikanten eren 'Pafke, het meest concrete mafke’.
Meer info en tickets: Het Grote JMHB Psychotraumatische Boekenbal | Crossing Border Antwerpen 2026