'(N)iets over zen' van Jan de Zutter : "we zouden wat milder mogen zijn tegenover mekaars illusies"

21 maart 2026

door Sven Reynders

Op 11 maart 2026 stelde Jan de Zutter zijn nieuwe boek, ‘(N)iets over zen’ voor in de stemmige kelder van boekhandel De Groene Waterman. Ook aanwezig: zenmeester Luc de Winter en auteur Jeroen Olyslaegers, die allen aan de tand werden gevoeld door journalist Koen Fillet. Antwerpen Leest kon de auteur strikken voor een interview over het boek. En of het een boeiend gesprek is geworden.

Over Zen zijn letterlijk en figuurlijk al hele bibliotheken volgeschreven. Waarom dit boek over Zen?

Dat is eigenlijk best een moeilijke vraag. Er is inderdaad al behoorlijk wat over zen geschreven, door de meesters zelf, in het Chinees en het Japans, maar toch vooral in het Engels. In het Nederlands hebben we ook goede, Vlaamse auteurs, denk hierbij aan Tom Hannes en Edel Maex. De eerste is kloosterling geweest en is zenleraar, de tweede is zenmeester. Ik ben een leerling. Ik heb dit gesprek ook gehad met mijn zenleraar die me vroeg waarom ik hier over schrijf, want ik ben geen specialist, dat is juist. Maar het boek is net vanuit dat standpunt geschreven. Ik ben ‘stoemelings’ bij zen terechtgekomen en daar geconfronteerd met een aantal inzichten die bizar zijn voor een rationele mens en waar ook ik mee geworsteld heb. Je spreekt daar dan over met andere mensen in de dojo, dat is de plek waar je zen beoefent, die hetzelfde ervaren. Het boek volgt de weg die ikzelf binnen zen heb afgelegd. Ik ben hier ook niet in terechtgekomen met het idee (zen)boeddhist te worden, ik zocht rust. Ik zat in een depressie en was kwaad op de wereld en mijn vrouw zei me: ga wat mediteren om rustiger te worden. Na een tijd komen er dingen binnen, de leraar vertelt vanalles, maar over de boeddha wist ik eigenlijk niets behoudens wat vage dingen. En zo is het begonnen, dat zijn ook de eerste hoofdstukken van het boek: wie was die man eigenlijk? Wat is zijn leer?

En waarom nu?

Door zen heb ik ingezien dat ik alle belangrijke beslissingen in mijn leven genomen heb zonder daar ernstig over na te denken. Waarom ben ik journalist geworden? Waarom heb ik deze partner? Waarom ben ik overgestapt van de journalistiek naar de politiek? Allemaal stom toeval, het overkomt je. Waarom ben ik dit boek beginnen schrijven? Ook weer toevallig, door te lezen over de zin van wat ik eigenlijk in de dojo zit te doen. Zo botste ik op het verhaal dat de boeddha begraven ligt op 500m van mijn dojo. Of beter de ruggenwervels van de heilige Josaphat liggen daar, die eigenlijk het gekerstende verhaal van de boeddha belichaamt. Ik had hier een stukje over geschreven om te publiceren in een online boeddhistisch dagblad. Dan ben ik een stuk beginnen schrijven over het beeld van de boeddha, waar komt dat vandaan? Ik ben kunsthistoricus van opleiding, dus dat interesseerde me wel. Het is merkwaardig dat het beeld oorspronkelijk Grieks-Romeins is, en helemaal niet Aziatisch. De eerste boeddhabeelden zijn gemaakt in wat we nu Afghanistan noemen. Zo had ik weer een stukje. Toen dacht ik, als ik nu doorschrijf, heb ik een boek. En zo geschiedde.

Het boek gaat - uiteraard - ook in op wat Zen is, wat het inhoudt, wat de definitie of omschrijving ervan is. Hoe zou u het onderwerp in twee of drie zinnen omschrijven?

De titel zegt het al een beetje, het is (n)iets over zen, met de n tussen haakjes. Wat dat eigenlijk betekent, is dat zen een woordloze leer is. Dit wil zeggen dat je geen teksten, boeken, taal of discussies nodig hebt, maar dat enkel zazen, het zittend mediteren, je toegang geeft tot het hier en nu en wat de werkelijkheid is. Dat is in essentie zen, wat in se zeer eenvoudig is. Tot je gaat zitten en er allerlei gedachten in je hoofd opkomen: ik moet straks nog frieten gaan halen, en mijn zoon wil mac & cheese eten, maar zijn lief is vegetariër, dus er kan geen ham in … Dus dat mediteren is ongelooflijk moeilijk. Het is ook met hersenscans aangetoond dat mensen die in rust zijn het ongelooflijk moeilijk hebben om hun aandacht te richten op het hier en nu. Men noemt dat de monkey mind, onze hersenen slingeren van de ene gedachte naar de andere. Nu, zen zegt niet om niet meer te denken, want dan ben je dood, maar wel om je bewust te zijn van het feit dat ons denken niet de werkelijkheid is waar je in zit, maar verhalen zijn over de werkelijkheid van gisteren en de werkelijkheid van morgen, dat het illusies zijn waar je je bewust van moet zijn. De essentie is te blijven in wat je nu echt meemaakt. Je kan dat ook bereiken door worteltjes te schillen, want dan denk je meestal niet over gisteren en morgen, maar aan die worteltjes, tenzij je in je vingers snijdt … Dat is ook wat één van de grote zenmeesters Dogen zegt in zijn boek Instructies voor de zen kok, iets met aandacht doen is eigenlijk zenmeditatie. Het streven is bij wijze van spreken dat je aandachtig in het nu leeft.

Welke plaats neemt Zen in uw leven in?

Ik mediteer vaak, ik ga ook elke week naar de dojo om te mediteren. Maar onze zenleraar zegt dat dat niet voldoende is. Het is de bedoeling dat je in je dagelijkse leven toepast wat zazen is, met name aandachtig zijn voor de werkelijkheid en niet mee gaan in de illusies die het denken voor ons creëert. In realiteit gebeurt het vaak dat ik in gesprekken met mijn vrouw opmerk dat we weer aan het fantaseren zijn, dat we ons druk maken over iets dat zou kunnen gebeuren, maar dat we dat eigenlijk nu net hebben bedacht. Het is nog niet gebeurd. Je kan je duizend situaties bedenken waarin je de vraag stelt: wat als. Wat als ik dat wel of niet had gedaan, wat als ik iets anders had gestudeerd dan ik gedaan heb. Dat heeft geen zin, want het is niet gebeurd. Hier zie ik steeds meer de nutteloosheid van in, het fokt je alleen maar op en je wordt er ongelukkig van.

Je moet dus een beetje meer bij jezelf blijven. En, dat is één van de kernpunten van het boeddhisme, tot het besef komen dat je zelf niet bestaat. Er is geen permanent vaststaande en blijvende identiteit. Dat is ondertussen ook door de neurowetenschappen bevestigd. Zo zegt één van de grote Britse neurowetenschappers, Anil Seth, ‘Het zelf neemt niet waar, maar is zelf een waarneming’. Dat is best confronterend te beseffen dat de ‘ceo van je bestaan’ een soort stroom is van allerlei verbanden in je lijf, je denken, je fysiek die constant verandert, dat dit geen permanente entiteit is. 2500 jaar geleden was dit nogal een revolutionair inzicht van de boeddha. Je kan je de vraag stellen of als er geen permanente ik is, maakt die identificatie met een zelf mijn leven niet gewoon moeilijker? Dat inzicht was voor mij nuttig om uit een depressie te komen. Er is een depressie, dat is zeker zo, maar ik ben niet depressief, dat is niet van mij, dat is niet mijn identiteit. Die inzichten vindt je bijvoorbeeld ook bij plastische kunstenaars of bij David Gilmour, gitarist van Pink Floyd, die zegt dat wanneer hij gitaar speelt het lijkt alsof zijn hersenen niet meer meespelen, dat het gewoon gebeurt. Ik heb dit ook al gemerkt bij het tekenen, de lijnen of de vegen die je zet zijn niet rationeel overdacht. Voor mij zijn dit zeer bevrijdende inzichten en hebben die een belangrijke impact op mijn leven.

Een ander interessant aspect, ik schrijf erover in het boek, is wanneer er tijdens de zazen een gedachte opkomt en de leraar vraagt je deze waar te nemen. Het bizarre is dan, wie heeft die gedachte? Ja, ik heb die gedachte, maar er is ook een soort van tweede ik die kijkt naar de ik die de gedachte heeft. Dan zijn er twee ‘ikken’. En zo kan er ook nog een derde ik worden toegevoegd die kijkt naar de ik die waarneemt, je kan daar theoretisch oneindig ver in gaan. Wie is dat ik dan eigenlijk? Dat is wat de boeddha 2500 jaar geleden zei, ik heb overal naar een ik gezocht en ik kan het nergens vinden.

Zo is er het verhaal van Bodhidharma, de stichter van zen. Hij zit negen jaar te mediteren in een grot en een boeddhistische monnik zoekt hem op met de vraag, ‘Meester, mijn geest is helemaal in de war, kan u mijn geest tot rust brengen?’. Bodhidharma antwoordt dat de monnik hem zijn geest moet brengen en dat hij die dan tot rust zal brengen. De monnik vertrekt verward en komt na een tijdje terug met de boodschap dat hij overal heeft gezocht, maar zijn geest niet kan vinden. Waarop Bodhidharma zegt, ‘Kijk, nu heb ik uw geest tot rust gebracht’.’

Als u vanuit de/uw Zen-filosofie drie dingen aan de maatschappij zou kunnen veranderen, wat zou dat dan zijn?

Dat is echt moeilijk. Ik heb lang gewerkt voor de socialistische partij en je denkt dat wanneer je actief bent in de politiek, je maatschappelijk relevante dingen doet of wil doen. Wat zenbeoefening wel gedaan heeft, is het inzicht laten toenemen dat zaken zoals mensenrechten, democratie, liberalisme, nationalisme, noem maar op, constructies zijn van de geest die in werkelijkheid niet bestaan. Die groeien nergens aan de bomen, je kan niet het bos in wandelen en het socialisme vinden. Het zijn als het ware afspraken die we maken. Dat betekent dat ik de waarheidsclaim van ideologieën gerelativeerd heb. Dat betekent niet dat die afspraken niet nuttig zijn, maar we moeten beseffen dat we bezig zijn met een aantal constructies, (nuttige) illusies en we dus moeten opletten om die te beschouwen als absolute waarheden. Ik denk dus dat de maatschappij er mee gebaat zou zijn om wat milder te zijn tegenover mekaars illusies, al was het maar dat je zelf beseft dat je je leven opbouwt aan de hand van illusies.’

Nog een afsluitende commentaar of toelichting?

Als je in zen geïnteresseerd bent, moet je mijn boek lezen, in het diepe besef dat je eigenlijk alleen iets over zen leert als je gaat zitten en mediteert!