Stadslezer Gerda Van Erkel in de kijker - ‘Ik wil verwonderd blijven’
Door Sven Reynders
Wekelijks staan er op Antwerpen Leest nieuwe leestips, aangeleverd door onze stadslezers. Ze inspireren ons door boeken te delen die hen hebben geraakt, verrast, ontroerd, begeesterd. Maar wie zijn deze stadslezers? Wat lezen ze het liefst en hoe selecteren ze welke boeken ze onder onze aandacht brengen?
Gerda Van Erkel is niet voor één gat te vangen. Gepensioneerde psychotherapeute, gepassioneerde schrijfster en gedreven stadslezer van Antwerpen Leest. Op een zonnige namiddag op de Groenplaats dronk ze voor het interview met Antwerpen Leest een flink glas babbelwater. Relaas van een boeiende babbel!
Hoe heb je Antwerpen Leest leren kennen?
Via een omweg. Ik schreef recensies voor allerlei platformen: Recensentenplatform Boekensite.gent, Boeken vinden hun lezers, Iedereen Leest, BoekenWurmen, … En zo kwam ik ook Antwerpen Leest tegen en postte daar mijn besprekingen op. Op een gegeven moment kreeg ik een mailtje van Magy De Bie met de vraag mee te werken, zo is het dus begonnen. Ondertussen ben ik ook stadslezer voor Oostende Leest, omdat ik in Middelkerke woon.
Hoelang bent u al stadslezer?
Och, dat weet ik niet precies. Bij Oostende Leest sowieso van bij de start, dus dat is dan al een dikke twee jaar (Oostende Leest werd gelanceerd op 2 juni 2024, nvdr.). In Antwerpen zal het toch wel een jaar of twee langer zijn.
Wat heeft u bewogen om stadslezer te worden?
Ik wilde niet per se stadslezer worden, maar wilde wel dat mensen geïnformeerd zouden worden over goede boeken. En ik wil dat op mijn manier doen. Ik schrijf geen flapteksten of een korte inhoud van een boek, dat vind je wel op internet als je wat moeite doet. Ik wil vooral vertellen over hoe ik een boek heb beleefd, hoe ik het heb ervaren, wat het met me doet, daar wat over reflecteren, en meegeven hoe het mij eventueel een klein beetje heeft veranderd. Dat zijn de dingen die ik wil delen. Ik ben best wat eigenzinnig, maar krijg daar toch positieve reacties op.
Heeft u binnen het brede spectrum van de literatuur een favoriet genre of favoriete genres?
Deels omwille van hoe ik zelf in elkaar zit, deels omdat het jaren mijn beroep is geweest, heb ik een zwak voor boeken met een psychologische inslag. Ook als ik zelf schrijf, zie ik twee lagen in een verhaal. Je hebt het verhaal van de gebeurtenissen, dat is de bovenlaag, de oppervlaktelaag. Dat is misschien ook wel fijn en interessant, maar wat mij het meeste boeit, is wat de impact van die gebeurtenissen is op het innerlijke van een personage en op zijn contacten en relaties met de buitenwereld. Dat is voor mij het echte verhaal, die onderlaag.
Welke plaats neemt lezen in jouw leven in?
Veel! Het dateert al van mijn jeugd. In ons gezin hadden we het niet breed. Mijn vader was kleermaker en mijn moeder hoedenmaakster. Geld voor speelgoed of een tv was er niet. Bovendien waren mijn ouders bange mensen, zij hadden als kind de oorlog meegemaakt en waren als de dood dat mij hetzelfde zou overkomen. Ze waren zo bang dat ik een beschadigde kindertijd zou hebben, dat elke zin wel begon met ‘pas op’ of ‘niet doen’. Dat was allemaal verschrikkelijk saai. We gingen ook nergens heen, want daar hadden ze geen tijd voor.
Dus het enige om te ontsnappen en een beetje avontuur te beleven, was lezen, was de bibliotheek. Ik heb die kaalgeplunderd! Over wat ik in mijn hoofd met die boeken deed of beleefde, konden ze niet zeggen ‘pas op, dat is gevaarlijk’, want in mijn hoofd was ik vrij. Het fijne was wel, toen ik tien jaar was, kochten mijn ouders samen met mijn oom en tante een stukje bos in Sint-Job-in-’t-Goor. Dat waren de ouders van mijn lievelingsneef die een paar maanden ouder was dan ik. In dat bos hadden wij vrij spel, onze ouders waren bezig, die kwamen zich niet moeien. Wij vertrokken vanuit één enkel ideetje dat één van ons gelezen had, daar gingen we op voortborduren en associëren. De andere kleinere nichtjes en neefjes hingen aan onze lippen en kregen rode oortjes en blinkende ogen. Dat is uiteindelijk ook de reden waarom ik ben beginnen schrijven, om te kunnen begeesteren, steeds op die associatieve manier van vroeger, vanuit mijn zintuigen. Ik zie, hoor of ruik iets, wat voel ik daarbij, blij, bang, boos, verdriet. Ik reageer als personage en dan is dat ook levensecht. Ik heb nooit een scenario, dat vind ik niet spannend, ik wil verwonderd blijven.
Bezoek je vaak literaire events, boekvoorstellingen, lezingen, …
Weinig. Toen ik veel jonger was, waren er de drie kleine kinderen. Ik heb ook nooit auto kunnen rijden, dus als het ’s avonds is, is dat sowieso niet evident. Mijn ex-man en huidige partner staan daar ook niet zo voor open. In Oostende heb ik als stadslezer twee jaar geleden wel de kans gehad om het FAAR-festival mee te maken. Dat waren zeer boeiende interviews met o.a. Lize Spit, Bart Moeyaert, Lara Taveirne, .. Ik zou dat vaker moeten doen, maar zoals elke gepensioneerde kom ik tijd te kort. Ik heb zelf wel veel lezingen gegeven. Dus ja, ik zou dat misschien toch eens wat meer moeten doen, lezingen bijwonen.
Lees je op papier of op een e-reader?
Op papier, altijd gewoon echt op papier!
Heb je een favoriete boekhandel of boekhandels?
Ik zou dat graag hebben, als ik geld genoeg had. Als ik geld had, zou mijn huis vol boeken staan. Maar ik moet rondkomen met een klein pensioentje. Mijn appartement aan zee is mijn spaarpot en dat is bovendien piepklein, plaats voor veel boeken is er ook niet. Dus ik ga naar de bibliotheek.
Wat is jouw boekentop-3 aller tijden?
Daar moet zeker een boek tussenzitten van Jón Kalman Stefánsson. Ik heb zeer veel van hem gelezen, maar mijn voorkeur gaat uit naar Jouw afwezigheid is duisternis. Die man moest voor mij de Nobelprijs voor Literatuur krijgen! Ik hou sowieso veel van Scandinavische literatuur, ik ben die al in mijn puberjaren beginnen lezen doordat mijn vader er een paar in zijn boekenkast had staan. Ik denk dat die donkere wintertijd hen maakt tot geboren vertellers.
Als tweede ga ik voor Mijn tijd in deze bossen van Gaute Heivoll. Deze is het tegenovergestelde van Stefánsson, die heel poëtisch, heel lyrisch is, heel filosoferend ook. Heivoll is heel sober, maar er staat zoveel tussen de regels.
Voor de derde titel zou ik tot deze week zonder aarzelen de dagboeken van Anais Nin genoemd hebben. Ik was vijfendertig, meer dan een half leven geleden. Ik wou zijn zoals zij, leven zoals zij. Eerst een lichaam hebben, zintuigen, een hart, dan pas een hoofd. Omringd zijn door zusterzielen. Geen schaamte kennen, een stem hebben. Ik las haar en ging door een deur, een sas tussen wie ik was en wie ik zou worden. Maar deze week las ik Dans het stof uit de vloer van Kairi Look. Een unieke stem, een nieuwe deur. Ze schrijft zoals een naïef schilderij, maar vergis je niet. De holtes binnen de contouren zijn diep, complex. De natuur is geloof, tijd die nooit voorbijgaat. Na een tijd wordt alles beter, als je maar blijft dansen. Zo schrijft ze: ‘Eén ding is zeker: hoe langer je leeft, des te meer je moet leven. Elk ogenblik doet ertoe. (..) Leven en liefhebben, erger en erger.’ Kairi Look schrijft poëzie. Geworteld in de aarde, bij voorkeur op blote voeten, en de ogen in het licht en de lucht.
____________________________________________________________________________
Van Gerda Van Erkel verschijnen in het voorjaar van 2027 twee romans, De terugkeer en Boven en onder hemel. Uiteraard komen we daar met Antwerpen Leest op dat moment op terug.
Benieuwd naar Gerda als auteur? Scroll al eens door haar boeken in de bib.