Applaus voor Dirk Draulans
door Tony Vanderheyden
Op 27/5 geeft Dirk Draulans de lezing ‘Applaus voor de natuur’ in Bib Park.
We zitten met hem in zijn tuin: een voorbeschouwing. Dat hij oog heeft voor vogels blijkt al bij minuut één: “Ha, een groenvink”. Draulans, net 70 geworden, is zelf meer een huismus geworden, zo zegt hij, maar voor een lezing geven in het Antwerpse verzamelt hij graag nog zijn energie.
Ik ga nog regelmatig vogels kijken. Hier in de buurt, te voet en zo’n twee keer per week rij ik naar de Waaslandpolder, waar ik 15 jaar gewoond heb, midden in de natuur. Ik heb daar nog een project lopen, ondermeer met een lepelaarkolonie, waar een deel van gekleurringd is: die kan ik individueel herkennen. Ik volg die namelijk ook al 15 jaar en dat blijf ik graag doen.
Je geeft binnenkort je lezing “Applaus voor de natuur”. Behoort de mens nu nog tot de natuur? Of hebben we onszelf buitenspel gezet? Zijn we (on)losmakelijk verbonden? Want we spreken over de natuur, alsof we daar niet bij horen.
Ja, maar dat is fout natuurlijk. We zijn essentieel verbonden. Je merkt dat bijvoorbeeld in al die studies die aantonen dat mensen, als ze in de natuur komen, zich gezonder voelen, zowel fysiek als mentaal. Dat er huisartsen in Antwerpen begonnen zijn met het zogenaamde groene voorschrift zegt ook veel: mensen die komen met vage klachten over niet kunnen slapen en zich wat slecht voelen. Dan schrijven ze ‘vier keer per week twee uur in een bos wandelen’ voor. En dat werkt blijkbaar. Dus aan dat soort dingen merk je onze verbondenheid. Maar veel mensen denken dat wij de natuur volledig naar onze hand kunnen zetten maar dat is niet het geval. We vernietigen echter wel veel in dat proces.
Dus we zouden beter terug wat meer leren interageren met de waarden van de natuur. Aldo Leopold, je zult hem wel kennen, zegt in zijn boek ‘Denken als een berg’: “Op de dag dat we de aarde zien als een gemeenschap waartoe wij behoren, zullen we misschien met liefde en respect met haar omgaan.”
Fantastisch boek, en het absurde is dat dat meer dan 75 jaar geleden gepubliceerd is. En dat het vandaag nog op dezelfde manier kan uitgebracht worden. We hebben niet veel geleerd. Dat is confronterend.
Het blijft kommer en kwel. De strijd voor het behoud van de natuur en tegen milieuvervuiling blijft een eeuwige strijd. Gelukkig zijn er genoeg positieve verhalen om je aan vast te klampen. Ik heb heel mijn leven gewijd aan het belang van de natuur. Als ik dan zie dat er bijvoorbeeld roofvogels terugkomen of walvissen, dat is iets van de jongste 50 jaar, dan geeft dat hoop. In het geval van roofvogels is dat het resultaat van de combinatie van beschermingsmaatregelen en het bannen van pesticiden. Roofvogels, roofdieren, wolven, vossen: die positieve gevolgen van die aandacht voor natuur en milieu maken dat het niet helemaal zinloos is geweest.
Dat staat ook op je biografie op je website: “Dat de mens net op tijd het gezond verstand opnieuw zal etaleren dat nodig is om onze aarde voor de volgende generaties leefbaar te houden.” Maar je laat het wel volgen door: “Een beetje naïef zijn kan geen kwaad om goed gemutst door het leven te kunnen gaan.”
Hoe pak je dat aan in je lezingen, zoals bv “Applaus voor de natuur”. Lopen die volgens een vast stramien?
Vroeger waren mijn voordrachten vooral informerend. Een beetje humor maar soms ook wat badinerend. Ik sprak daarover met Tim Begijn, Begijn Le Bleu, een comedian en vogelkijker (Schreef een boek Fwiet Fwiet, en heeft een gelijknamige podcast nvdr). Met hem heb ik e.e.a. herbekeken. Nu zijn mijn lezingen een soort tirade à la Stijn Meuris geworden.
Ik maak me echt kwaad tijdens zo’n lezing. Omdat je botst op uitzichtloosheid, op onbegrip, op tegenwerking, en dat voor dingen die eigenlijk iedereen ten goede komen. Ik eindig helemaal in het zweet, na bijna twee uur doordrammen zonder rustmoment.
Ik heb nu trouwens iets nieuws gemaakt, dat ik nu aan het try-outen ben. “Anders zijn is normaal”. Dat is een beetje dezelfde sfeer als “Applaus voor de Natuur,” maar iets vriendelijker. Die lezing gaat vooral over de seksuele veelzijdigheid in de natuur.
Hetero is geen norm in de natuur. In de natuur is er homo, bi, trans, inter, heel de zwik. Die lezing heb ik gemaakt naar aanleiding van Make Up Your Mind, een dragqueenshow op de VTM, waar ik aan meedeed. Ik vind dat er meer aandacht moet zijn voor de seksuele diversiteit, zeker nu, in een tijd met een verrechtsing die enkel spreekt van hetero als norm en al de rest moet genezen worden of psychologische begeleiding krijgen. Dat is compleet absurd, want de natuur zet in op alle mogelijke variaties en experimenten op dit domein. En wie zijn wij om ons daarboven te stellen? Laat staan om een oordeel te vellen over mensen die het anders doen, zonder iemand anders te schaden. Daarom illustreer ik hoe divers dat in de natuur is. Dat het dus natuurlijk is dat er zeer veel vormen van seksualiteit bestaan.
Sommige dingen kunnen wat inspanningen vragen om te begrijpen, maar dit is gewoon een kwestie van elementaire tolerantie en respect. Zelfs als je iets niet begrijpt, moet je toch respect opbrengen. Zo simpel is het.
Ik las "Een vlecht van heilig gras", de Nederlandstalige titel van de wereldwijde bestseller ”Braiding Sweetgrass” van botanicus en inheems Amerikaans schrijfster Robin Wall Kimmerer en las ook haar dun boekje “Geschenken van het kersenboompje”. De natuur schenkt ons immens veel, terwijl we alles enkel in economische termen bekijken.
Bijen en hommels, die bestuiven 87% van de wilde planten hier bij ons en driekwart van de gewassen die moeten bestoven worden. Dat is een dienst die de natuur ons gratis levert en toch zijn wij het die hen er uitjagen met onze pesticiden. Insectenpopulaties zijn aan het crashen. In China zijn ze al begonnen met het manueel bevruchten van fruit in boomgaarden omdat er geen bijen meer zijn....
15 Jaar geleden liep ik in de Waaslandpolder soms echt in een wolk vlinders. Niets dit jaar, niets. Amper een vlinder. Dat zijn ook dingen waar je van kon genieten, waar je niks voor moet doen. Je moet er niet voor betalen. Toch jagen wij dat eruit. Door onze onnadenkendheid en onze focus op de industrialisering. Want dat geeft dan comfort. En dat mag, dat industrialisering comfort geeft, zolang dat niet ten koste van het natuurlijke comfort gaat.
Waar is dat fout gelopen?
Dat je de mensen inderdaad begint los te koppelen van die natuur en een systeem creëert gericht op industrialisering, dat wel, daar moeten we eerlijk in zijn, een verhoogde comfortstatus geeft, in de betekenis dat je niet meer zelf de hele dag moet bezig zijn met eten en drinken zoeken. Maar, zoals het dikwijls gaat in de mensheid, slaat de slinger ineens veel te ver naar de foute kant door.
Hoe komt dat, dat die slinger doorslaat?
Omdat we blijven doorgaan op dat elan van groei en economisch profijt. Bijvoorbeeld met die fossiele brandstoffen. Dat heeft zo’n 250 jaar relatief goed gewerkt. Maar ondertussen zitten we met zware pollutie en klimaatopwarming. We krijgen dat niet meer onder controle, omdat heel het systeem erop draait. En als er dan alternatieven zijn, zoals die transitie naar hernieuwbare energie, dan botsen die met pure pragmatische economische principes. Dan gaan sommigen op de rem staan. Eigenlijk lijk je dan in een vicieuze cirkel vast te zitten. Dan moet je die doorbreken. Dat is moeilijk, maar niet ondoenbaar, zelfs zonder relatief veel economische schade, maar je moet er wel aan beginnen. Daar loopt het dan mis, want de kaart van gemakzucht wordt sneller getrokken.
Masanobu Fukuoka schreef een boek The One Straw Revolution. Hij is een microbioloog. Zijn visie op landbouw is de do-nothing-farming. Als alles in een mooi evenwicht is hoeft landbouwactiviteit niet zo zwaar te zijn....
Het is natuurlijk een moeilijke afweging omdat we ondertussen met zoveel mensen zijn. Met de modellen die over die puur organische landbouw en de biolandbouw gaan, is het heel moeilijk in te schatten hoeveel mensen je daarmee in leven kunt houden.
En zolang dat er geen optie is dat de bevolking significant achteruitgaat, moeten we daar wel op een bepaalde manier rekening mee houden. Maar omgekeerd is die verregaande industrialisering van onze landbouw natuurlijk ook funest, zeker in de context met de epidemie van obesitas, zelfs kleuters worden te dik en hebben hart- en vaatproblemen.
Ik heb mijn pessimistische momenten over de daling van de veestapel in Vlaanderen, maar tegelijk ben ik een geboren optimist, dus ik blijf rekenen op het gezond boerenverstand, dat finaal moet zegevieren. Hoewel dat optimistisch blijven hoe langer hoe moeilijker wordt, moet ik eerlijk zeggen.
Misschien is het goed wanneer er goede boeken gelezen worden. Binnenkort verschijnt er de vierde ‘beestenboel’ – Beestenboel Tris.
Ja, dat is een bundeling van die columns die ik elke week voor Knack maak. Dat is nu bijna 10 jaar denk ik dat ik dat doe, destijds begonnen op vraag van Bert Bultinck toen hij hoofdredacteur werd. Er is een beestenboel, een beestenboel bis, een beestenboel bis bis en nu een beestenboel tris.
Ik denk dat ik nog een vijfde ga maken en dat wordt dan het einde. Dan zitten er 500 beesten in. Losse verhaaltjes van dieren die je in Vlaanderen kunt zien. Sommige gemakkelijk, sommige minder gemakkelijk. In de Noordzee inbegrepen. En ik probeer daar elke keer wel een biologisch verhaaltje van te maken.
Zo’n honderd verhaaltjes in een boek, je kunt die los van elkaar lezen. Veel mensen doen dat blijkbaar ook, die lezen er dan elke avond zo twee of drie.
Waar vind je je inspiratie?
Overal. Ik krijg veel opgestuurd, ik heb een heel netwerk en ik lees heel veel, weinig boeken, maar ik lees heel veel wetenschappelijke artikelen enzo.
En als ik ergens een diertje zie, zoek ik daar iets van op, ik noteer dat op mijn lijst, ik kan zo nog acht maanden verder denk ik.
Nu was ik bezig over de hommelbijvlieg. Dat is een vlieg die eruitziet als een bij. Je hebt een familie vliegen, die noemen we de bijvliegen omdat die eruitzien als bijen, omdat ze dan minder gemakkelijk aangevallen worden. De grootste daarvan is de hommelbijvlieg, omdat die er echt uitziet zoals een hommel.
Hoeveel soorten kennen we en kennen we nog niet?
Een tijd geleden was ik nog op een symposium over in Leuven. Ik denk dat we alleen al 1,6 miljoen soorten insecten kennen of zoiets, maar dat weet ik niet zeker. Maar dat er nog miljoenen te gaan zijn in het onderscheid. Zeker omdat je sommige soorten eigenlijk op zich amper van elkaar kunt onderscheiden. Dan moet je naar het DNA gaan kijken of naar de genitalia. Dan stel je al snel vast dat één soort eigenlijk meer soorten zijn. Er is heel veel variatie. Dat is omdat de natuur altijd maar experimenteert, iets uitprobeert, klinkt het niet, dan botst het, de natuur doet dat.
Wij zijn zo ongeveer de enige soort die daar echt over nadenkt, maar in de natuur is dat dus willekeurige trial en error en daarom dat je dus die veelzijdigheid hebt.
Je zegt dat je wel veel leest, maar vooral artikels. Zijn er toch misschien een aantal boeken, die jij essentials vindt?
Het schoonste boek dat ik ooit gelezen heb is het originele Jungle Book van Rudyard Kipling. sterk geanthropomorfiseerd, maar ik vind dat dat wel mag. Ik vind die fabels, zoals Reinhard de Vos, helemaal fantastisch. Al was het maar om te zien hoe mensen naar beesten keken. Maar in dat boek zijn wolven bijvoorbeeld de goeie. Dat beest krijgt nu constant overal op z'n kop en wordt verdelgd. Ook bij ons, ik heb nooit meer doodsbedreigingen gekregen dan toen ik de terugkeer van de wolf in Vlaanderen begon te verdedigen.
Het is ongelooflijk hoe die sprookjes, zoals Roodkapje, zo'n negatief imago over dat beest gebracht hebben. Terwijl in het jungleboek de wolvenfamilie een kleine verloren mens in zich opneemt. De slechterik in het boek is eigenlijk de tijger. De tijger argumenteerde, dat was einde 19e eeuw, dat als de dieren de mens gaan toelaten in het woud, eerst de dieren verdwijnen en vervolgens het woud. De tijger was de slimste dus.
De Reisdagboeken van Charles Darwin omdat ik zelf acht maanden lang die tocht kon overdoen en een tv-programma daarover heb kunnen maken. En er het Beagledagboek over schreef. Die trip is misschien wel het professionele hoogtepunt van mijn leven.
Die reis liep echt voor een groot deel parallel met wat Darwin 180 jaar ervoor had gedaan. Ik had niet alleen zijn officieel reisverslag, maar ook zijn dagboeken en de verzamelde brieven die gepubliceerd zijn. Ik had altijd die drie boeken mee waarin je bijna chronologisch kon volgen waar hij zat hij en wat hij toen deed.
Op die acht maanden tijd hebben wij maar twee keer op een plek gestaan waarvan we met zekerheid konden zeggen dat we exact hetzelfde zagen als Darwin beschreef. En al de rest, zoals dat kustregenwoud op de kust van Brazilië bijvoorbeeld, is allemaal weg.
Het confronterende was natuurlijk dat het op de meeste andere plotseling allemaal anders was.
Is dat voor u een soort held?
Ja, dat was zeker een held, ja. Dat was ook een diplomaat, heel voorzichtig. Zijn vrouw was heel religieus, dus je moest ook zien dat hij in het huishouden niet te veel gedoe kreeg. Dat heeft hij allemaal gemanaged. Dus hij moet een heel vriendelijke mens geweest zijn.
Waarom we vrede willen maar oorlog voeren van Harald Meller, Kai Michel en Carel van Schaik.
Geweldig boek. Omdat het ingaat tegen wat ik lang dacht. Geschreven door een trio: een wetenschapsjournalist, een archeoloog en een primatoloog. Samen zijn die het ontstaan van oorlog volledig gaan herbekijken. De bonobo’s bijvoorbeeld, waar we zes miljoen jaar geleden van afsplitsten, hebben geen oorlog in hun systeem. De auteurs linken de oorsprong aan het patriarchaat. Wij hebben NeanderthalerDNA in ons, dus we moeten onderling gekruist hebben. Er zijn echter geen indicaties dat dat op gewelddadige manier is gebeurd, met verkrachtingen, daar is niet echt bewijs voor. Oorlogvoering is ontstaan vanaf het moment dat je een soort organisatie kreeg op een territorium, via landbouw initieel. Maar als je dan territorium koppelt aan eigendom, aan macht, aan ongelijkheid, in een systeem waar mannen economisch als waardevoller werden geacht, omdat ze gemakkelijker op het veld konden werken omdat ze wat sterker zijn, dan is daar het patriarchaat op geënt. En die patriarchen zijn oorlog beginnen voeren. Dat is dus iets van de jongste tienduizend jaar. Oorlog is dus cultuur en geen natuur. Dat is de conclusie in dit boek en een sterk uitgebouwd onwaarschijnlijk briljant inzicht.
“Arm Vlaanderen” van Maarten Van Ginderachter
Een boek dat ik niet spontaan zelf zou gelezen hebben, maar ik had er een recensie van gelezen van een van mijn collega's in de Knack. Dat gaat over de historiek van het Vlaamse platteland in de 18de en 19de eeuw. Kommer en kwel. Die eenvoudige landbouwgemeenschappen hadden het toch niet zo gemakkelijk. Dat is, zou je kunnen zeggen, een relatief saai thema, maar dat is zo fantastisch goed geschreven. Je leest die in één ruk uit.
Twee goede dingen. Twee recente aanraders.
En wij raden een lezing door Dirk Draulans aan.
Ongehoord - Applaus voor de natuur
27 mei, 20u15 - Bibliotheek Park
https://www.schouwburgnoord.be...
(helaas reeds volzet - nvdr)