Met nat hout kan je geen vuur brandende houden
Astrid Roemer,1947-2026, werd in Parimaribo, Suriname geboren en debuteerde in 1970 met de poëziebundel Sasa en publiceerde in 1974 haar eerste roman Neem mij terug naar Suriname, waarvan de titel in 1983 in herdruk werd gewijzigd als Nergens, ergens. Met de controversieel genoemde roman De gekte van een vrouw (1982) kende zij haar doorbraak. In 1996 startte zij een Nederlands-Surinaamse trilogie op die het hoogtepunt van haar carrière lijkt. In het eerste deel, Gewaagd leven, vertelde de jongen Onno Mus op vrij feministische wijze over de dictatuur van zijn vader én die van Suriname. Lijken op liefde, het tweede deel uit 1997 bracht ons het relaas van de huishoudster Cora Sewa die ooit betrokken was bij een gruwelijke moord en in het laatste deel, dat eind 1998 verscheen onder de titel Was getekend, maken we kennis met de mysterieuze figuur van Pedrick de derde.
Pedrick de derde heet eigenlijk Ilya Acadabra en is de apdoptiezoon van een creoolse vader en een Nederlandse moeder. Als baby werd hij te vondeling gelegd door melaatse ouders. Omdat zijn stiefvader Pedrick de tweede wordt genoemd, die afstamt van een Afro-Americaan, is het logisch dat hun eerste adoptiezoon als troetelnaam Pedrick de derde krijgt. Het lijkt wel een sprookje. En Pedrick de derde heeft inderdaad veel affiniteit met sprookjes. Als kind liet hij zich graag verwennen in het ziekenhuis waar zijn moeder hoofdverpleegster was. Ondermeer met de sprookjes van de gebroeders Grimm. Hij lag dan in het duister te luisteren naar de vertellingen die uit de volksmond opgetekend werden. Hij was trouwens zo gefascineerd door sprookjes die zijn moeder voorlas dat hij als vier- of vijfjarige dacht dat zijn ouders van woorden gemaakt waren.
Zijn eerste vrouw leert hij trouwens ook kennen tijdens zo'n ziekenhuisopname. Sofie Mus is dan de nachtverpleegster van dienst en op zijn verzoek leest zij hem voor uit het sprookjesboek dat ze op zijn aandringen uit de ziekenhuisbibliotheek steelt. Later zal hij zelf ook een sprookje gaan schrijven als hij op zoek gaat naar zijn roots. Het huwelijk met Sofie zelf is niet direct een sprookjeshuwelijk. Ze houden van mekaar, maar toch ontbreekt er iets. Met nat hout kan je geen vuur brandende houden, zegt Pedrick de tweede en ook vindt hij dat zijn apdoptiezoon een huwelijk met 'weeffouten' aangaat. Wat die 'weeffouten' nu precies inhouden wil hij niet nader verklaren. Als lezer kom je die 'weeffouten' regelmatig tegen. Ze gingen hun huwelijk trouwens op een heel ongelukkig moment aan: net als Sofie ontslagen is omwille van een beroepsfout die een mensenleven kostte. Toch verkiest hij Sofie boven de vele meisjes die hij zondags ging versieren door ze een motorritje met alles erop en eraan cadeau te doen.
Eén vrouw kan ze hem echter niet doen vergeten, namelijk Foetida, zijn grote jeugdliefde. Hij is ook zo aan huis, gezin en zijn land Suriname gehecht. Dat is zijn bestaan, want een voorgeschiedenis heeft hij niet. Zijn adoptiemoeder heeft hem zoveel mogelijk trachten te vertellen maar dat is voor hem niet genoeg. Op een moment van hoogste frustratie heeft hij haar zelfs willen vermoorden omdat zij hem heeft laten leven. Het zou beter geweest zijn, slingerde hij haar in het gezicht, dat hij als baby met 'wortels' gestorven was, dan te moeten verder leven zonder die wortels.
Was getekend is een prachtig boek waarin Astrid Roemer haar veelzijdig talent als schrijfster toont. Haar taal is zeer mooi en kan probleemloos overschakelen van lyrische, naar realistische of beeldtaal. Dit proza is als een oosters tapijt met heel veel motieven die echter allemaal in de juiste kleur en de juiste volgorde samenvloeien.