Een donker fabelachtig sprookje
Als kind ben ik - zonder het te weten - aan het beginpunt van de Romantische Straße in Duitsland opgegroeid. In mijn geval betekende dat, dat ik van jongs af aan sprekende beekjes zag (Broertje & zusje), de bron waar de kikkerkoning in heeft gezeten of het meisje van Mevrouw Holle was ingevallen. Overal voelde ik me omringd door figuren, dieren en dingen uit sprookjes.
Tijdens mijn Germaanse studies heb ik ook een cursus rond de sprookjes van de gebroeders Grimm gevolgd. Ze hebben de sprookjes veelal rond de streek van de Romantische Straße bijeengesprokkeld (mondelinge traditie) en ze wat naar hun hand gezet (moeders werden vaak stiefmoeders, christelijke touch).
Het sprookjesachtige boek 'Krabat' (Duitse titel) van Otfried Preußler had ik nog niet gelezen. Nu als volwassene heb ik het als luisterboek beluisterd, met een heerlijke stemacteur die de duistere sfeer heel goed overbracht. Want het gaat om zwarte magie: de hoofdfiguur is Krabat, een 14-jarige weesjongen. Hij komt terecht bij een griezelige watermolen en wordt molenaarsknecht. In werkelijkheid is het een school voor zwarte kunst, de molenaar is een meester-tovenaar.
Er werken twaalf knechten. Elke oude jaarwisseling moet de meester één van hen offeren aan een duistere macht (de Peetoom).
Krabat gaat de strijd aan tegen het kwade, geholpen door de liefde en moed van het meisje Kantorka, die hem tussen alle andere raven (de omgetoverde molenaarsknechten) moet 'herkennen' ...
Voor mij was dit boek een ontdekking. Des te meer toen ik te weten kwam dat het gebaseerd is op een Sorbische saga.
Boek & film kan je lenen in A-bib.