Een taaltalent dat zijn gelijke niet kent
De roman 'De weidse wildernis' van de Amerikaanse schrijfster Lauren Groff beschrijft de wekenlange natuurtocht van een voormalig dienstmeisje, ontsnapt uit een koloniale nederzetting aan de Oostkust van wat later de Verenigde Staten zal worden. Tegelijk met haar reis, vol niets ontziende ontberingen, overlevingsdrift en momenten van pure verwondering wordt langzaam duidelijk waarom ze vlucht.
Het heden vloeit zo uit het verleden, en leidt aan het einde van de roman naar visionaire toekomstbeelden. Lauren Groff is begiftigd met een taaltalent dat zijn gelijke niet kent, ze creëert een wereld die ooit bestond, die doordrongen is van vrouwonvriendelijkheid en kolonialisme, maar in al zijn rauwe natuurpracht ook beschutting biedt, zowel aan het meisje als aan de lezer.
Synopsis
Amerika, rond 1600. Een meisje heeft besloten om niet te sterven in een huis waar een pokkenepidemie en de honger hebben toegeslagen. Ze vlucht de wildernis in en leert te overleven en de wereld anders te interpreteren.