Lieselot Mariën: "taal geven aan iets waarvoor woorden tekortschieten"
Door Daan Wonderdauw
Met haar indrukwekkende debuut Als de dieren (2025) gooit filosoof, voormalig advocaat en kok Lieselot Mariën hoge ogen bij toonaangevende recensenten en belandt ze op verschillende shortlists van de grote literatuurprijzen. Ook bij haar lezers, bij wie het boek op verschillende niveaus resoneert, oogst ze veel waardering omwille van de herkenbaarheid en de bezwerende taal die ze consistent in haar roman hanteert.
In haar poëtische vertelling fileert ze met chirurgische precisie en virtuoze taal de diepe identiteitscrisis die het hoofdpersonage doormaakt na de geboorte van een zoontje. Hiervoor graaft de auteur diep in het eigen leven voor materiaal, dat ze organisch verweeft met Sumerische mythologie, parallellen uit de dierenwereld en literair-culturele kruisbestuiving. De spitsvondige manier waarop vorm, structuur en inhoud van het boek elkaar versterken, maakt de rijke diepgang van het verhaal tastbaar.
Aan de vooravond van de opening van het literaire seizoen in Hoboken sprak ik met Lieselot over de grens tussen poëzie en fictie, de cadans in tekst en de lezing voor Aan tafel met.... Ik ontfutselde haar ook haar meest verrassende leesgewoonte.
jezelf onteigenen
Je debuutroman Als de dieren staat heel dicht bij je eigen leven. Hoe is het om nu, een tijd na het schrijven en de publicatie, via lezingen en reacties weer in dat persoonlijke materiaal te duiken?
Natuurlijk is het personage heel nauw met mij verbonden. Ze heeft geen andere naam gekregen, maar ook niet de mijne. Het is en blijft fictie. Tijdens het schrijfproces ben ik mijn eigen ervaringen echt als materiaal gaan zien: als klei waar ik iets mee moest maken. Dat betekende kneden, vervormen, wegsnijden, toevoegen en soms dingen compleet verzinnen. Hoe langer ik eraan werkte, hoe verder het van me af kwam te staan.
Marguerite Duras zei ooit iets heel treffends over haar autobiografische schrijven: "Ik heb mijn leven niet meer, ik heb alleen nog maar het verhaal van mijn leven." Door je eigen herinneringen herhaaldelijk te herwerken, onteigen je jezelf op een bepaalde manier. Soms moet ik nu zelf bij mezelf checken hoe een herinnering écht zat, omdat de geschreven versie de herinnering heeft overschreven. Maar over het boek spreken is voor mij gelukkig niet meer pijnlijk of onrustig.
Krijg je veel persoonlijke reacties van lezers die zich in jouw verhaal herkennen en je in vertrouwen nemen? Dat lijkt me soms best intens.
Mensen reageren gelukkig respectvol en met veel decorum. Het blijft meestal bij een soort high five van herkenning: lezers vertellen dat ze iets soortgelijks hebben meegemaakt, zonder dat daar meteen een urenlange emotionele dump uit voortvloeit. Het schrijven van dit boek vroeg de nodige kwetsbaarheid en lef. Dat lezers zich erin herkennen, werkt ontzettend verbindend en geeft kracht: we zijn hierin helemaal niet zo alleen.
een afdaling in jezelf
Het moederschap en postpartumdepressie vormen een centraal thema, maar het boek overstijgt dat volledig door de manier waarop het geschreven is. Toen ik de eerste alinea las, moest ik het boek gewoon uitlezen. Het maakte me bij wijze van spreken niet uit waar het over ging, omdat het zo universeel uitgediept en prachtig verwoord is.
Dat vind ik een heel mooi compliment, want dat is ook precies wat ik heb geprobeerd te doen. Ik wil het boek absoluut niet opsluiten in het label 'moederboek' of ‘postpartumdepressie’. Natuurlijk is het een onderzoek naar wat het moederschap betekent en waar de frictie zit. Maar daaronder ligt een veel bredere, existentiële vraag: het is een onderzoek naar wat het betekent om een afdaling te maken in jezelf. Dat is een universele ervaring die iedereen kan herkennen, of je nu kinderen hebt of niet.
Dat die innerlijke afdaling gepaard gaat met een zoektocht naar identiteit zien we ook terug in je podcastserie Alpha, die je samen met Wederik de Backer maakte, met en over Vlaamse ex-undercoveragenten. Hoe verhouden die twee projecten zich tot elkaar?
Aan beide projecten werkte ik min of meer gelijktijdig. Ik was al een jaar bezig met Als de dieren toen ik voelde dat ik de muren op zou lopen als ik alleen nog maar thuis aan mijn schrijftafel zou zitten. Alleen schrijven kan eenzaam zijn, en ik had een andere dynamiek nodig. Zo is Alpha ontstaan.
Destijds had ik niet eens door hoe nauw ze thematisch met elkaar verbonden waren: de fascinatie voor identiteit, de rollen die je speelt en de vraag wanneer je echt jezelf - of een ‘moeder’ - bent. In beide projecten hebben we bovendien gekozen voor een uitgesproken, experimentele vorm.
preverbale poëzie
De tekst van je boek valt op door een specifieke cadans. Het voelt soms bijna als spoken word. Is dat bewust?
Absoluut. Ik heb de tekst van Als de dieren echt geschreven vanuit ritme en klank.
Ik las ergens dat je, om in dat ritme te komen, vaak poëzie leest voordat je aan een schrijfsessie begint, met name het werk van Peter Verhelst.
Klopt! Zijn gedichten hebben een cadans die me enorm activeert en aanslingert. Daarnaast schrijf ik veel op muziek. Ik kan echt geobsedeerd raken door specifieke nummers en die eindeloos op loop zetten. Ik weet van de meeste stukken uit het boek ook nog precies op welk nummer ik ze geschreven heb.
Kun je een tipje van de sluier oplichten van je afspeellijst?
Ik luisterde bijvoorbeeld heel veel naar het album Secret Life van Brian Eno. Ook Steve Reich stond vaak op. Als een nummer de juiste cadans heeft, is dat vaak genoeg om de motor te starten.
Nog even over het spoken word-effect. Dit zorgde er bij mij voor dat de betekenis van de woorden soms gevoelsmatig al landde, nog voor ze dat op verstandelijk niveau deed.
Ja, dat preverbale aspect resoneert heel erg met de theorieën van Julia Kristeva [linguïst en psychoanalyticus] waarin ik me momenteel aan het verdiepen ben. Ze spreekt over een onderliggende, preverbale taal die we als volwassenen vaak kwijt zijn omdat we opgesloten zitten in de rationele, talige wereld. Zij stelt dat poëzie, via ritme en klank, ons weer toegang kan geven tot dat preverbale, wat zij ook linkt aan het moederlijke en vrouwelijke.
Dat sluit mooi aan bij mijn betrachting om taal geven aan iets waarvoor woorden tekortschieten. De klinische termen 'postnatale depressie' of 'postpartumdepressie' voldoen niet; ze raken voor mijn gevoel nergens de kern. Mijn hoop was om via een ander, poëtisch register taal te geven aan iets wat veel wezenlijker aanvoelt.
schrijven in de kantlijn
Voor Antwerpen Leest zijn we natuurlijk ook heel benieuwd naar jouw eigen leesgewoonten. Wat voor een lezer ben jij?
Toch wel een lezer die snel in een konijnenhol duikt. Als een bepaald onderwerp me bezighoudt, verzamel ik er een hele bibliotheek omheen en verdwijn ik daarin. Lezen maakt, net als schrijven, deel uit van een denk- of voelproces. Niet dat ik tijdens het lezen voortdurend aan het nadenken ben, maar de boeken die ik lees hangen samen met iets waar ik nieuwsgierig naar ben.
Vroeger had ik meer vaste leesrituelen, maar met een jong kind in huis las ik de afgelopen jaren vooral tijdens 'de kruimels' van tijd die ik kon vinden. Mijn zoon wordt groter en stilaan ontstaat meer leesruimte. Momenteel lees ik veel op de trein tijdens mijn forenzenreis voor mijn juridische werk, en 's avonds voor het slapengaan.
Ben je iemand die meerdere boeken tegelijk leest?
Oh nee, ik ben erg monomaan: ik begin pas aan een volgend boek als het vorige uit is. Heel uitzonderlijk geef ik het op. Dat klinkt misschien radicaal, maar ik weet ondertussen dat een soort pelgrimstocht met een boek waar ik eigenlijk geen zin in heb uiteindelijk mijn leesgoesting doodknijpt. Als ik aan het schrijven ben, lees ik trouwens beduidend minder proza en stap ik over op poëzie.
Leen je boeken uit de bibliotheek of koop je ze eerder zelf?
Ik ben een absolute hamsteraar.
Hou je je eigen boeken liefst smet- en kreukloos?
Oei, nee… ik schrijf echt in mijn boeken! (lacht betrapt) Ik plooi pagina's, markeer, maak aantekeningen in de kantlijnen of op de lege pagina's achterin. Daardoor kan ik, wanneer ik een boek later opnieuw vastneem, heel snel achterhalen wat ik er ooit interessant aan vond. Dat kan jaren later soms helemaal veranderd zijn. Maar dat vind ik juist ook mooi. Ik merk trouwens dat ik aandachtiger lees als ik een potlood vast heb, zelfs wanneer ik het niet gebruik. Gewoon omdat ik dan actiever tegenover de tekst sta. Voor mij zijn boeken echt werkdocumenten, geen heilige relikwieën.
Ik hoorde in een interview met jou voor een podcast, dat je vader vroeger voorlas en dat op cassettebandjes opnam, zodat je er naar kon blijven luisteren. Lees je zelf ook voor aan je zoontje en hoe belangrijk vind je dat?
Echt superbelangrijk. Ik denk niet dat iemand mij in mijn kindertijd een mooier cadeau had kunnen geven. Ik probeer mijn zoon hetzelfde mee te geven door tijd en ruimte te maken voor verhalen die hem kunnen prikkelen.
Ik heb lang geleden een tijdje voorgelezen in een schooltje in Gent, voor kinderen die thuis geen Nederlands spraken. Ik geloof dat voorlezen, in eender welke taal, altijd iets in je geest in beweging zet.
Tot slot: op 10 september geef je in Hoboken een lezing voor de opening van het literaire seizoen. Wat kan het publiek verwachten?
Ik wil het heel graag hebben over hoe verhalen ons kunnen helpen om 'op verhaal te komen'. In Als de dieren spreken veel oeroude verhalen en mythen mee. Dat is niet toevallig: wanneer het personage stuit op de grens van haar eigen taal, grijpt ze terug naar de verhalen van anderen om grip te krijgen op haar wereld. Daar wil ik op reflecteren.
Ga je ook een stukje voorlezen? (kijkt hoopvol)
Natuurlijk! (lacht)