53 boeken en 80 levensjaren: feest voor Diane Broeckhoven!

24 februari 2026

Door Wendy Struyf

Op 4 maart is het feest, Diane Broeckhoven blaast tachtig kaarsjes uit. En bij een verjaardag hoort natuurlijk een cadeautje. De schrijfster schreef haar eigen geschenk, ter gelegenheid van haar verjaardag verschijnt haar 53ste boek Naspel, een leven in letters.

Ik zocht haar op in het prachtige begijnhof waar ze woont, een plek waar de stilte je meteen omarmt. Maar zodra de deur van haar huis opengaat, maakt verstilling plaats voor warmte. Wat volgt is een gesprek over begin en einde, over verhalen, en over een leven vol liefde voor taal.

Diane, van harte proficiat met je verjaardag en je 53ste boek, Naspel, een leven in letters. Laat ik meteen met de deur in huis vallen: wat mogen we van dit nieuwe boek verwachten?

Wel, het zijn kriskrasverhalen die ik zelf heb meegemaakt of heb opgevangen van andere mensen. Eén ding hebben al die verhalen gemeen, ouder worden. Dat is natuurlijk het thema in mijn leven geworden, daar kan ik niet meer omheen. Maar denk nu niet dat het verhalen zijn over ziekten, nieuwe heupen of knieën. Integendeel, er valt ook heel wat te lachen in mijn boek. Het tweede grote thema in Naspel is mijn liefde voor taal en letters. Deze grote liefde heeft altijd als een rode draad door mijn leven gelopen. .

Leest het boek als een soort autobiografie?

Nee. Ik wilde niet de zoveelste autobiografie schrijven. Het idee ontstond om de
verhalen alfabetisch te rangschikken. Zo groeide het boek uit tot drieënvijftig persoonlijke verhalen. Lange en korte verhalen, hier en daar loopt er een gedicht doorheen. Innige stukjes die raken, het zijn eigenlijk verhalen van alle gemoedstoestanden. Elk verhaal kreeg een passende titel. Dit keer bleef het niet alleen bij schrijven, het was ook een beetje puzzelen met letters.


Had je het gevoel dat dit het juiste moment was om deze persoonlijke verhalen naar buiten te brengen?

Het is niet de eerste keer. Ik heb al twee keer eerder persoonlijke verhalen geschreven, in de boeken Vergrijzing en Kroniek van een overzichtelijk jaar.

Diane Broeckhoven Naspel

Deze keer heb ik wel een andere insteek gekozen. Het zijn vaak alledaagse gebeurtenissen, je hoeft het niet ver te zoeken. Natuurlijk heb ik de verhalen in een bepaalde taal gegoten en er een vleugje humor aan toegevoegd. Zo til je een verhaal op boven de werkelijkheid.

Hoe bewaak je de grens tussen wat privé mag blijven en wat literatuur kan worden?

Natuurlijk, bewaak ik mijn grenzen. Wat mezelf betreft, mag in principe alles verteld worden. Maar wanneer het over mijn kinderen, kleinkinderen gaat, ben ik voorzichtiger. Hun privacy wil ik zeker beschermen. Ik ben zelf wel magnetisch naar verhalen van andere mensen. Er zitten een aantal mooie verhalen in het boek verwerkt, dat doe ik alleen met hun uitdrukkelijke toestemming.

Je vernoemde het eerder al zelf, je liefde voor taal en letters is er altijd geweest?

Ja. Als kind las ik graag en wilde ik schrijfster worden. Daar werd weleens om gelachen. In die tijd was een schrijver eigenlijk een onderwijzer die na de schooluren een boek schreef. Schrijven was geen echt beroep, er viel geen droog brood mee te verdienen. Toch heb ik nooit moeten vechten om te kunnen schrijven. In 1980 woonde ik in Nederland en stuurde ik mijn eerste manuscript, Dagboekje van Mathijs, naar uitgeverij Ploegsma. Zij wilden het meteen uitgeven, maar stelden de vraag of ik het verhaal in de ik-vorm kon herschrijven. Dat wilde ik niet. Ik bleef liever trouw aan mijn oorspronkelijke vertelperspectief. Daarna stuurde ik het manuscript naar Lannoo, en ze waren onmiddellijk bereid om het uit te geven. Met dat boek won ik ook meteen een prijs, en dat is natuurlijk de mooiste stimulans die je als beginnend auteur kunt krijgen.

Denk je dat debutanten het vandaag moeilijker hebben om een plek te vinden in de schrijverswereld?

Ja, ik denk dat het voor debutanten vandaag zeker moeilijker is. Dat heeft verschillende oorzaken. De auteurswereld is sterk gegroeid en een boek schrijven lijkt bijna een levensdoel geworden. Er is een groot overaanbod, terwijl er tegelijk minder wordt gelezen. Vroeger waren er bovendien meer uitgeverijen. Je stuurde je manuscript op en kreeg soms binnen de week al antwoord. Vandaag moet je allerlei procedures doorlopen en hoor je soms pas na een half jaar iets. Daar staat wel tegenover dat je als auteur nu meer inspraak krijgt bij de uitgave van je boek.

Als je vandaag naar je oeuvre kijkt, zie je dan een rode draad die je zelf misschien pas later bent gaan herkennen?

Ja (lacht), ik denk dat ik al vijftig keer hetzelfde boek heb geschreven. Als ik terugkijk gaat het in mijn verhalen altijd over alle soorten relaties, hoe we ons tot elkaar verhouden. Schuld, hoe we dingen niet durven uitspreken naar elkaar. Thema’s die ik telkens in een ander verhaal heb gegoten. Onderwerpen die voor iedereen herkenbaar zijn. Mijn streven is om eenvoudige en toegankelijke verhalen te vertellen waarin lezers zichzelf kunnen terugvinden. De dingen des levens, zeg maar.

Je begon als schrijver met verhalen voor kinderen en jongeren. Waarom richt je je vandaag vooral op een volwassen publiek?

Eigenlijk heb ik als schrijver de leeftijd en groei van mijn kinderen gevolgd. Zij reikten mij inspiratie aan.

Jules

Vandaag zou ik geen jeugdboek meer kunnen schrijven. Ik sta te veraf van de leefwereld van jongeren. In mijn jeugdboeken gingen jongeren bijvoorbeeld nog naar een telefooncel om te bellen. Dat zegt genoeg. Je kan het een natuurlijke evolutie noemen.

Je staat bekend om je grote levensthema’s. Zijn er onderwerpen waarover je vroeger niet durfde of kon schrijven, maar nu wel?

Een heel goede vraag (lacht). Als braaf katholiek meisje verhuisde ik op mijn tweeëntwintigste naar Nederland. Daar ging ik aan de slag als redactrice bij Libelle Nederland. Het bruiste er veel meer dan in België. Mijn durf heeft altijd in mij gezeten, maar daar ging echt een nieuwe wereld voor me open. Een voorbeeld is mijn boek Kristalnacht, dat ik in 1995 schreef. Aids was toen nog maar net bekend en het onderwerp was echt taboe. Er werd nauwelijks over gesproken, de ziekte werd weggeduwd in “de wereld van de homo’s”. Het thema heb ik verwerkt in een ontroerend verhaal dat zich afspeelt in een modaal Vlaams gezin, waar een oom besmet is met aids. Ik vond dat zo’n verzwegen onderwerp moest worden doorbroken. Trouwens met Kristalnacht heb ik een kinderboekenprijs gewonnen, een bevestiging dat we niet moeten wegkijken van moeilijke onderwerpen.

Merk je, na 53 boeken, een verandering in je schrijfstijl?

Heel totaal anders is ze niet, mijn taal is wel gepolijst, meer opgeblonken. Naarmate dat ik ouder word, kan ik meer zeggen met minder woorden. Het weglaten van overbodige details, is misschien wel de evolutie in mijn schrijven. Ik hou zelf niet van verhalen waar je eerst door een heel sneeuwlandschap moet om bij de kern van een verhaal te komen. Een verhaal moet voor iedereen leesbaar blijven.

Wordt schrijven dan makkelijker met de jaren?

Eigenlijk wel. Het is geen routine, je kan niet op automatische piloot schrijven. De rituelen daar zit wel een regelmaat in. Ik ben een echt ochtendmens. Die gewoonte heb ik ontwikkeld toen mijn kinderen nog klein waren. Mijn eerste boek schreef ik in die periode, ik bracht hen naar school, kwam thuis en begon te schrijven. Zo is mijn schrijfroutine ontstaan. Ik geloof niet in het idee dat je moet wachten tot het gevleugelde paard van inspiratie voorbij komt. Als je een boek aan het schrijven bent, dan schrijf je. De routine wordt natuurlijk makkelijker met de jaren. Ik ontbijt, open hier de deur van het begijnhof en om acht uur zit ik te schrijven. Het is gewoon een deel van mijn leven geworden. Al blijft een verhaal altijd wel doorwerken. Terwijl ik strijk, een verhaal kan me zelfs volgen in mijn droom.

Heb je zelf een lievelingsboek binnen je eigen oeuvre?

Dat is altijd een moeilijke vraag. Naast mijn eigen kinderen zijn mijn boeken ook mijn kindjes. Ik heb ze stuk voor stuk uitgebroed en draag ze elk om een andere reden in mijn hart. Sommige titels hebben natuurlijk een bijzondere plaats. De buitenkant van meneer Jules heeft mij op de wereldkaart gezet. Wie had dat kunnen denken? Een eenvoudig verhaal, met een dode man in de hoofdrol, een vrouw die nauwelijks spreekt en een autistische jongen die voorbij komt.

Diane bboeken

Er zit geen enkel bestselleringrediënt in, en toch is het er één geworden. Meneer Jules is eigenlijk de man van mijn leven. Bij mijn jeugdboeken is Bruin zonder zon me erg dierbaar, het reisverhaal over Bangladesh van mijn adoptiedochter en mij. Ook het boek Wat voorafging over mijn moeder, heeft heel wat stof doen opwaaien. Terwijl ik dat verhaal schreef, voelde het alsof er eindelijk een knoop werd ontward.

Op sociale media deelde je onlangs het prachtige gedicht Moeder. Smaakt dat naar meer?

Het gedicht Moeder is ook opgenomen in mijn nieuwe boek. Ik was eerlijk gezegd overdonderd door de vele persoonlijke reacties die ik kreeg nadat ik het gedicht had gedeeld. Een vrouw vroeg zelfs of ze het mocht voorlezen op de begrafenis van haar moeder, bijzonder ontroerend. Het is zeker geen betrachting om een bundel uit te brengen. Daarvoor heb ik wellicht te weinig gedichten.

Zijn er nog heel grote dromen als schrijfster?

Een grote droom die ik wel koester, is de verfilming van De buitenkant van meneer Jules. De film zit al jaren in de startblokken, er zijn acteurs, een script, maar voorlopig ontbreken de middelen. Stel je voor dat we samen in de Cartoons naar de verfilming van mijn boek zouden gaan kijken. Het zou toch prachtig zijn. Voor het overige verlang ik niet naar grootste dingen. Ik wens vooral nog een liefdevol leven. En vooral aanvaarding wat is, als het betekent dat ik een rollator nodig heb om buiten te gaan, dan is dat zo.

Is het onvermijdelijk einde van het leven iets waar je mee bezig bent?

Natuurlijk, al denk ik er niet elke dag aan. Misschien romantiseer ik mijn eigen sterven wel een beetje. In mijn ideale scenario draag ik mijn mooiste pyjama, neem ik rustig afscheid van vrienden en familie. Iedereen mag meenemen wat hij of zij wil, zodat mijn huis langzaam leeg wordt. En dan kan ik gaan. In mijn boek staat een verhaal met de titel Stervensklaar. Het gaat over een vrouw in een woonzorgcentrum die aanvankelijk alleen maar dacht: wanneer kan ik weer naar huis? Gaandeweg vond ze berusting in haar leven daar. Ze heeft het nog goed, maar voelt tegelijk dat ze stervensklaar is. Dat vind ik een troostende gedachte, dat je op een dag kunt voelen dat het goed is geweest.

Heb je nog een boekentip die je onze stadslezer wil meegeven?

Een moeilijke vraag, ik heb al zoveel boeken gelezen en veel verhalen hebben me geraakt. Het nieuwe boek Het nachtlicht van Erik Vlaminck is er zo één. En Bezonken Rood van Jeroen Brouwers mag ook op de lijst van favorieten boeken. Het is zo'n boek dat iedere keer een andere betekenis krijgt en iedere keer als je het herleest weer andere en diepere lagen in jezelf aanboort.

Nachtlicht rood

Ik lees heel graag de oudere Nederlandse schrijvers: Gerard Reve, Jan Wolkers bv. Van de huidige, nog levende is Oek de Jong een van mijn grote favorieten. Ik heb alles van hem gelezen. Maar ook van Maarten 't Hart, Biesheuvel enz.

Bedankt Diane voor het mooie gesprek!

Diane Broeckhoven: 80 jaar!

Pelckmans Uitgevers nodigt je uit voor de 80ste verjaardag van Diane Broeckhoven!

Verwacht je aan een feestelijke avond vol humor en oprechte ontroering, in goede banen geleid door Vitalski. Samen met de jarige Diane Broeckhoven blikt hij terug op haar al rijke leven en indrukwekkende literaire parcours, gedragen door odes van collega's en vrienden.

Na afloop klinken we samen op Diane en is er gelegenheid om haar nieuwe boek Naspel te laten signeren.

  • Woensdag 4 maart 2026 om 20.00 uur (onthaal vanaf 19.30 uur)
  • Kunstencentrum Vlaams Fruit, Parochiaanstraat 4, 2000 Antwerpen

Deelname is gratis, maar de plaatsen zijn beperkt. Schrijf je dus in via deze link:
https://apps.ticketmatic.com/widgets/vlaams_fruit/addtickets?event=667040941811#!/addtickets


© Christophe De Wit