Gerda van Erkel
Leestip van Gerda van Erkel

A la recherche du temps vécu

22 juni 2026 - 16 keer bekeken

“Vertrek(punt) - Julian Barnes” ****

Barnes betrapt zichzelf er tijdens het schrijven op dat hij wel vrij vaak naar Marcel Proust verwijst, maar vergoelijkt meteen dat het meestal is om het met hem oneens te zijn.

In elk geval, hij nuanceert. Dat doet hij met vrijwel alles, het van alle kanten bekijken.

Proust. La petite madeleine. Het vijfde secundair. En hoe ik me voornam ooit het gehele oeuvre te lezen, wat er nooit van gekomen is.

Maar de herinnering aan het fragment, zo levendig dat ik de petite madeleine zie, ruik, proef. En hoe samenhorig onze klas was. De kerngroep van oude vriendinnen, nog altijd.

Daar gaat de roman over, of de filosofische beschouwing veeleer, een lappendeken van alle existentiële kwesties die het leven stelt en dus ook de dood: over willekeurige of bewust opgeroepen herinneringen. Over de betrouwbaarheid ervan, of niet.

En over oude vrienden, die soms na een tijd ook nieuw kunnen zijn.

Het is dankzij Proust dat ik me doorheen het eerste hoofdstuk – een mini essay over de verschillende vormen van herinneren - heen heb gewerkt. Ik ervaar het als verwarrend. Het maakt me ergens ook ongemakkelijk: de directheid van sommige voorbeelden. Het expliciete. De ironie, soms randjer cynisme, maar altijd zonder wreedheid.

Maar dat is een privilege van literatuur en kunst in het algemeen dat je er ongemakkelijk van mag worden. Aan het eind – meestal veel vroeger, zelfs bij een eerste aanblik – bieden ze troost. Dat ben ik absoluut met Barnes eens.

Ik dank Proust dat hij me over de streep getrokken heeft.

Dit boek, geeft Barnes zelf aan, wordt (hoogstwaarschijnlijk) zijn zwanenzang, nadat bij hem bloedkanker is vastgesteld en, haast op hetzelfde moment, de wereld in lockdown gaat vanwege covid.

Ineens ligt er een dubbele tijdbom onder zijn bestaan. Welk van de twee kwalen is de ergste?

Wat is het verschil tussen een doodvonnis krijgen of zoals levenslang? Hij zal eerder sterven met, dan aan de kanker.

Er is ook het verhaal van Jean en Stephen, die oude jeugdvrienden, die hij beloofd heeft nooit over hen te schrijven – maar wat is de belofte van een schrijver waard, als hij een goed verhaal heeft? Zelfs gezworen op de Bijbel, van de ene atheïst aan de andere?

Als dat verhaal een sleutel is om deze laatste roman te lezen en te begrijpen: het leven dat een begin en een eind heeft, en daartussen een groot gat.

Hoe we omgaan met vergeten, het geheugen dat bedriegt en later steeds vaker faalt.

Jean en Stephen hebben twee keer een korte tijd een relatie. Twee keer gebeurt dat door tussenkomst van Barnes. Tussen die twee keer ligt veertig jaar niets.

Ze komen samen en ze vertrekken weer uit elkaars leven.

Dichters dromen vaker over vertrekken dan ze het daadwerkelijk doen.

Wie toch vertrekt komt ergens aan, maar keert vaak ook weer terug om daar weer aan te komen.

De mens komt aan in het leven en vertrekt aan het eind, maar dat vertrek leidt niet tot een aankomst.

Dan is er nog Jimmy, Jeans hond. Geërfd na haar dood.

De schrijver en de hond delen een gelijklopend proces van ouder worden en aftakelen, met dat verschil dat de hond er zich niet bewust van is. De mens weet tenminste dat hij een mens is, maar is dat wel zo? En wat zijn de consequenties als je dat vergeet? Wat betekent dat met het oog op de dood?

Het is zowel een persoonlijke als maatschappelijke vraag.

Hoe wil je sterven?

‘Het hoofd en het hart doen het nog, terwijl het lichaam in verval raakt. Maar beter zo dan andersom.’

Verzet je je tegen het doven van het licht? Of heeft dat geen zin?

‘Het is gewoon het universum dat doet wat het wil.’

Maar kun je het menswaardig laten verlopen?

Hoe heb je bemind? Hoe werd je bemind?

Hoe rouw je?

Hoe moreel ben je geweest?

Verantwoordelijkheid, verraad, schuld en schaamte.

Ben je gelukkig geweest? En wat is dat dan, geluk?

Naast de universele levensvragen, die naast de persoonlijke ook maatschappelijke thema’s behelzen, zijn er ook de specifieke aspecten eigen aan het schrijverschap.

Barnes observeert zichzelf, fileert zichzelf. Ook hier is de zelfironie nooit veraf, maar nooit verstoken van menselijkheid, van warmte.

Barnes oordeelt niet noch moraliseert hij. Hij stelt vragen en zoekt antwoorden. Hij twijfelt.

Waar ligt voor een schrijver de grens tussen leven en fictie?

Gebeurt het dat je die met elkaar verwart, en wat zijn dan de gevolgen?

‘Ik had het leven aangezien voor fictie.’

Als hij bv. overdenkt dat hij Jean en Stephan behandeld heeft als personages die hij kan sturen in de richting die hij wil. En voor wiens geluk was dat?

Is niet alles ijdelheid?

Of: Is een schrijver verantwoordelijk voor de impact die zijn boek op zijn lezers heeft? Of moet hij rekenen op hun gezond verstand en vrije wil?

Welke impact hebben ouder worden en (straks nog) vaker falend geheugen op zijn werk, zijn identiteit?

Een boek als een testament, apologie (je wilt nog één ding rechtzetten, al zal dat aan het eind niet veel betekenen), puzzel, lappendeken, caleidoscoop.

Alle stukjes mens die Barnes nog altijd is, al heeft de dood zijn komst aangekondigd.

Een boeiend en wijs mens. Hem lezen is zuurstof voor de hersenen. En bij momenten een schop onder je kont.

En ook dat kan ontroerend zijn.



Gerda van Erkel
Leestip van Gerda van Erkel

Vertrek(punt)
Titel:
Vertrek(punt)
Auteur:
Julian Barnes
Vertaler:
Jelle Noorman
# pagina's:
190 p.
Genre:
Romans
Uitgeverij:
Uitgeverij Atlas Contact
ISBN:
9789025477233
Materiaal:
Boek
Onderwerp:
Jeugdliefde, Vriendschap, Geheugen, Ouderen, Dood, Schrijverschap, Afscheid nemen
Aanbevolen voor:
Boeiend,
Hoogstaand,
Inspirerend
Doelgroep:
Volwassenen

Gerelateerde leestips