Gelaagd kleinood over de waarde van meertaligheid
Lisette Ma Neza had mijn hart al gestolen met haar prachtige stem waarmee ze zingt en krachtige slam poetry brengt. Haar performances zijn zowel ontroerend als hartverwarmend. Al op haar 15de bracht ze haar poëziedebuut uit. Eerder verscheen ook een persoonlijk filosofisch essay van haar.
Dit boekje draait om de vraag wat het betekent om in meerdere talen tegelijk te leven, en in geen van die talen helemaal thuis te zijn.
Ma Neza is opgegroeid in een mengeling van Kinyarwanda en Frans via haar Rwandese ouders die gevlucht waren naar Nederland. Ze ging naar een Nederlandse school, waar ze ook Engels leerde. Ze studeerde in Brussel, bleef er plakken, en kreeg zo ook nog een Vlaams accent. Ze probeert zichzelf ook te bekwamen in het Portugees.
Beginnen doet ze met het korte verhaal ‘Moddertaal’ over haar bezoek in 2025 aan haar grootmoeder in Rwanda. Die laatste vertelt haar hoe ze de Igishanga moet oversteken om veilig in de hoofdstad Kigali te raken, een drassig gebied waarin een zandpad is aangelegd. Lisette kan het woord niet vertalen. Zo komt ze wel op het woord ‘Moddertaal’, een taal die transfereert van de ene naar de andere, afhankelijk van in welke context en situatie je die taal hebt geleerd, en waardoor je in bepaalde contexten de voorkeur geeft aan de taal die je daarvoor altijd het meest gebruikt hebt. ‘Saudade’, een bekend Portugees woord, voel je volgens haar als je heimwee hebt naar een persoon en die al mist, ook als je er nog samen mee bent.
De woorden waar Lisette over mijmert, en welke betekenissen ze eraan geeft, en ook hoe ze zelf nieuwe woorden maakt, zijn een ware gift voor de taalliefhebber onder ons. Haar observaties zijn to the point. Ze pleit er sterk voor om in Brussel de vele talen die er broeien en bloeien onder de vele schoolklassen en in de verschillende bevolkingsgroepen, niet verloren te laten gaan door enkel een focus te leggen op het verwerven van Nederlands of Frans. Dat laatste beperkt eerder de kansen van een persoon.
Het verhaal van Nour, een Libisch meisje dat Ma Neza ontmoet in het kader van een theaterproject in Antwerpen, is wel het ontroerendste: tijdens een rollenspel kan Noor met Lisette spreken omdat ze dan Olifant en Duif zijn. Maar nadien klapt Nour dicht, en praat ze niet meer met haar net zoals al haar andere juffen. Lisette probeert te weten te komen waarom. Blijkt dat Nour werd gepest op school en dat ze geen enkele steun heeft gevonden in haar juffen. Thuis was voor haar nog de enige veilige haven om te praten. De juffen ontbrak het aan talent om te luisteren. Lisette kon wel met Nour werken én communiceren door middel van ogen, handen, gebaren. Dat is óók taal: niet-verbale taal.
Lisette toont in dit briljante kleinood wat de waarde is van meertaligheid en heeft oog voor de vele nuances van woorden die dikwijls onvertaalbaar zijn, waardoor talen op hun grenzen botsen.
Er zijn ook gedichten in opgenomen, waaruit haar relatie met “haar talen” blijkt. Om daarmee te eindigen net als in dit prachtige poëtisch-filosofische essay zelf:
‘Mijn moedertaal is vertalen
Tellen in het Kiswahili
Wenen in het Kinyarwanda
De liefde bedrijven in het Engels.
Schelden in het Frans.
Dansen in het Portugees
En dichten
in het Nederlands’