Een perfecte driehoeksverhouding tussen liefde, wijsheid en kunst
“Mijn iemand - Herbjørg Wassmo” ****
‘Begrijp je me, Gorm?’ Hij aarzelt even, dan trekt de boosheid weg, de koelheid die even op zijn gezicht verscheen. Hij glimlacht. ‘Ja, Rut, ja. Natuurlijk, begrijp ik je.’ Misschien is dat de kern van hoe bij hen de liefde werkt.
Rut vraagt, en neemt soms ook, Gorm geeft. Zij geeft haar grens aan, Gorm rekt de zijne op. Hij heeft haar één keer in de steek gelaten, vanaf nu nooit meer. Het jongetje dat geen liefde krijgt heeft mettertijd geleerd om ze te geven.
De vrouw, van wie het vertrouwen geschonden is, verlangt onvoorwaardelijkheid.
Rug en Gorm kennen elkaar van jongs af, maar komen uit een totaal ander sociaal milieu. Als ze elkaar weer ontmoeten, elk met zijn mislukkingen op vlak van de liefde, met geworstel op professioneel vlak en niet in het minst met trauma’s uit hun verleden, waarbij de dood mee door hun dagen reist, besluiten ze er deze keer ten volle voor te gaan. Door hun emotionele rugzak en een reeks gebeurtenissen in het hier en nu, ook op familiaal gebied, wordt hun zoektocht naar harmonieus samenleven geregeld beproefd.
Intussen zoeken ook beiden diepgang en zingeving in de eigen professionele ontplooiing. Ruth als kunstschilder, Gorm als schrijver. Het is een evenwicht zoeken tussen samen en alleen, tussen verbinding en vrijheid, tussen loslaten en niet laten vallen, tussen jaloersheid en vertrouwen.
Er zijn de huizen waar ze gewoond hebben, in hun kindertijd en nu, apart en samen. Huizen in de stad en andere in de ruige Noorse natuur die als een spiegel is voor hun woelingen.
Er is het Eiland, dat Rut de rug heeft toegekeerd, en met het eiland haar zoon. Ze is niet altijd de beste moeder geweest, en Gorm niet altijd de beste vader voor zijn dochter. En dan is er nog zijn zus.
Met het verstrijken van de jaren dringen beider trauma’s zich naar de voorgrond. Weglopen kan niet meer. Het vergt moed, zelfs als je denkt dat je die niet meer hebt.
De vertelstijl van Wassmo is meeslepend, gedetailleerd, in het begin van het boek vond ik haar af en toe op het randje van sentimentaliteit en romantiek, vooral dan in het uitspinnen en verklaren van gedachten. Op haar best is ze als ze uitpuurt, in een dialoog, een fysieke reactie. Als je alleen maar een aanzet van een penseelstreek krijgt, het wit ertussen moet lezen, de ruimte tussen de woorden. Wat dan naar boven komt, plakt. En die stijl ontwikkelt zich naarmate het boek en de spanning zich opbouwen.
Wat zonder meer overtuigend is is de karaktertekening, diep en feilloos, en dat is de verdienste van haar jaren en levenswijsheid. Haar personages zijn mensen van vlees en bloed. Niets en niemand is wit of zwart. In een wereld van hokjes breekt Wassmo ze open.
Het verhaal bereikt een weergaloos hoogtepunt in de laatste tachtig bladzijden. Een onvoorspelbare apotheose, liefde op zijn puurst op het moment dat Gorm en Rut zich elk eenzamer en meer verloren voelen dan ooit. De betekenis van de ander, het vertrouwen in de ander, is het enige veilige baken.
De dood is ijskoud aanwezig, maar ook het verlangen om te verrijzen, de drift om te leven.
De honger.
Deze kennismaking met Wassmo smaakt naar meer.
Synopsis
Een man en een vrouw die elkaar al sinds hun jeugd kennen, vinden elkaar opnieuw na gebroken huwelijken en jaren vol verlangen en ontgoocheling. Te midden van de Noorse natuur gaan ze op zoek naar de liefde en een diepere betekenis.