Saaiheid tot kunst verheffen
Een eerste deel van een 7-delige cyclus, bij het verschijnen van het eerste deel waren er naast liefhebbers ook haters, het werd in ieder geval een hype in Nederland.
Kort, de vertelling van een saai kantoorleven met een vage, onduidelijke wetenschappelijke opdracht, alledaagse personages, kortom, geen actie, geen onverwachte wendingen, geen plot. Voeg toe een heel gewone taal en stijl, korte zinnen zonder veel beelden.
En toch, Voskuil verheft het alledaagse boven het eigen niveau, hij geeft in zijn bureau een mooie neerslag van de Nederlandse bevolking. De lezer vindt in één van de personages wel iets terug van zichzelf, het samenleven in een kantoor kan iedereen wel uitvergroten op de ganse samenleving.
Kracht ligt voor mij vooral in de sterke dialogen, de droge, ironische antwoorden van directeur Beerta, de wat cynische houding van de verteller, de fricties tussen personages mooi weergegeven in de gesprekken.
Nog dit, gebeurt er in grote, klassieke romans dan zoveel? Is Ulysses van James Joyce niet een verslag van een gewone dag uit het leven van Leopold Bloom, gebeurt er in De Toverberg van Mann dan echt zoveel meer dan het alledaagse leven in een sanatorium?
Ik wil helemaal geen afbreuk doen aan deze klassieke meesterwerken, ik wil enkel de roman van Voskuil verdedigen, tot in de saaiheid toe.
Synopsis
Autobiografisch getint relaas van de menselijke verhoudingen op een wetenschappelijk instituut.