1948
N.a.v. een verblijf in de Westelijke Jordaanoever waar ik logeerde in een door Palestijnse vrouwen gerunde coöperatieve airbnb genoot ik van een lekkere vislunch aan de visserskaai in Jaffa. Dit is een eeuwenoude stad die nu verworden is tot een soort annex van tel Aviv. Daarom greep dit boek me zo aan.
Amiry vertelt het verhaal van de Nakba-catastrofe van 1948 vanuit het perspectief van enkele families in Jaffa en omstreken. In 3 dagen van bombardementen werden de 120.000 inwoners in Jaffa gereduceerd tot 4000. De lezer wordt meegesleurd in de tragische verwoesting van Palestina die zich tot op heden verderzet. De ontluikende liefde tussen de hoofdfiguren Subhi en Shams wordt hierdoor kapotgeslagen, en in een epiloog vernemen we dat beiden overleefden maar mekaar nooit terugvonden, huwden en een hoge leeftijd bereikten met een uitgebreid nageslacht. Toch een sprankel hoop in de ontreddering.
Suad Amiry is zelf een kind van de diaspora, opgegroeid in Damascus en in Amman, en nu woonachtig als architect in Ramallah. In 1991 richtte zij RIWAQ op, een organisatie voor het restaureren van architectonisch erfgoed in Palestijnse dorpen in de Westoever en in Gaza. Hoe wrang klinkt dit nu!
Het boek uit 2022 is autobiografische en historische fictie, gelukkig geschreven met af en toe een zekere serene lichtheid en zin voor humor, als verweer tegen defaitisme. In een interview in 2025 noemt Amiry Gaza "1948 op NOG grotere schaal", wat haar een "writer's block" gaf. Ze zet al haar hoop op de jonge generatie en vindt troost in de natuur en het "cultiveren van haar tuin".
Was dit niet wat Voltaire ook aanraadde om de absurditeit te weerstaan?