Gerda van Erkel
Leestip van Gerda van Erkel

De pijnlijke schoonheid van onbereikbaarheid

31 juli 2026 - 38 keer bekeken

“Foto’s van zonnige dagen - Thomas Verbogt” *****

Wat kun je schrijven over een boek, waarin elke zin als een veer van een vogel is? Zowel het zachte als de harde punt van de pen. Elk woord dat je niet wilt vergeten, of het pijn doet of niet.

En het vluchtige. Zoals in hoge vlucht of wegvluchten van. En van geluk dat vluchtig is, zoals alles wat te mooi is.

‘Je moet het meemaken’, zei Rogiers vader vroeger. ‘Maak het mee.’

Alles van het leven, het wel en het wee.

Dat wil Rogier wel en tegelijk niet. Hij wil vooral kijken, naar dat leven kijken, maar er vooral niet te nauw bij betrokken raken. Het leven, en zeker de liefde, zijn een last waar hij onder bezwijkt.

Daarom gaat hij bij Anna en hun dochter Polly weg, als het meisje drie is. Hij verstikt hen met zijn angst om hen niet te kunnen behoeden, die in tweestrijd lijkt met zijn onwil om dichterbij te komen. Wat er dan van hem verwacht wordt dat hij niet kan. Hij kent zichzelf niet eens, hoe kun je dan voor een ander zorgen, er iets voor betekenen?

Weggaan is iets anders dan achterlaten. En loslaten kan hij nooit.

Toch wist hij meteen toen hij haar zag dat het Anna was. Vanaf nu kon hem niets meer gebeuren, want de gebeurtenis die alle andere overtreft en zou overtreffen had al plaatsgevonden.

Vroeger was eindelijk voorbij. Het was later, wat meer een gemoedsgesteldheid is dan een punt in de tijd. Het is de plek waar je jezelf kunt vinden.

Maar Rogier, zestig inmiddels, blijft onvindbaar voor zichzelf.

Hij is vermijdend gehecht. Het gezin waar hij uitkomt – vader, moeder, zus en hijzelf – weten niet hoe ze met elkaar om moeten gaan. Ze kennen elkaar niet.

“Een gezin dat heel uitstekend geen gezin was”, maar toch was er liefde, op hun manier.

De ouders communiceren met boodschappen. Vader met zijn ‘Maak het mee’, moeder met briefjes die ze her en der achterlaat. ‘Je moet erdoorheen’, zegt ze. En daarna, als hem dat gelukt zal zijn, zal hij vrij zijn zoals zij.

Alleen Cleem, zijn vriend van oudsher, slaagt erin regelmatiger in zijn leven te blijven. Met hem viert Rogier zijn zestigste verjaardag, want daar, op dat moment en die plek, begint het verhaal.

Dat is waar Rogier ook professioneel mee bezig is: schrijven over hoe iets gemaakt is, waarom het ontstaat, waarom een schilderij moest geschilderd worden. Waarom zo.

In die momenten kan hij zijn. Is er overgave.

Dan belt Anna. Of hij naar huis wil komen. Polly wil hem zien.

Ze wil hem iets vertellen.

Er zijn de foto’s in het huis waar ze sinds kort woont.

De volgende dag zijn er een aantal verdwenen.

Het wekt onrust. Altijd die onrust. Het woord ‘iets’.

Iets staat te gebeuren.

Hij wil het verhaal erachter kennen, zo dadelijk zal hij het kennen, hij wil dat dadelijk nog lang duurt.

Maar daar wenkt Polly hem al met haar stralende lach, met een handgebaar, en ‘Weet je…’

Een boek over zien en (niet) gezien (willen) worden.

Over de liefde, haar gewicht en haar onmacht.

Over de veerkracht van kinderen, over de verbeelding die iemands redding kan zijn.

Over vertrouwen en geloof dat zekerheden overstijgt.

Over de kenbaarheid van mensen, ook van jezelf, en over de maakbaarheid van het leven. Of niet.

Verbogt schrijft introvert en met melancholie zoals zijn personages zijn.

Hij schrijft over wat hen beroert, het echte leven lijkt aan hen voorbij te glijden.

Maar wat is het echte leven?

“Ik doe het ook, schrijven om in leven te blijven, schrijven over alles wat me leven geeft, over wat er niet was, maar ineens wel, alles wat ongekend en ongezien was. En ik mag het kennen, ik mag het zien.”

Maar praten, van mens tot mens. Je blootgeven.

Of: “Ik schreef je mijn leven in. (…) Ik wilde je inhalen, maar jouw zwaarte (…) zat ook in mij, daarom kon ik je niet inhalen.”

En wat als het zich omkeert? Als wat er was, er ineens niet meer is?

Hoe moet je dat ‘niet meer’ dan nog kunnen kennen?

Verbogts zinnen zijn uitgepuurd tot de essentie, je moet door de waterspiegel duiken om ze tot in de diepte te begrijpen.

Wat houd ik van zijn stilte die zo veelzeggend is. Die ruimte ademt, terwijl de inhoud aan je ribben plakt.

Van de schoonheid van Rogiers tristesse.

Van zijn eenzaamheid die o zo teder is.

Van Anna’s wijsheid en Polly’s jubelende, weergaloze lach.

Van Cleem: ‘Ons leven is van elkaar.’

Gerda van Erkel
Leestip van Gerda van Erkel

Foto's van zonnige dagen
Titel:
Foto's van zonnige dagen
Auteur:
Thomas Verbogt
# pagina's:
223 p.
Genre:
Romans
Uitgeverij:
Wereldbibliotheek
ISBN:
9789028454576
Materiaal:
Boek
Onderwerp:
Liefde, Familie, Vader-dochterrelatie
Aanbevolen voor:
Aangrijpend,
Hoogstaand,
Subtiel
Doelgroep:
Volwassenen

Gerelateerde leestips