Een burgeroorlog stopt niet na een vredesverdrag
1966. Een
jonge vrouw kan iemand redden uit een brandend huis in Noord Ierland maar raakt hierdoor ongewild betrokken bij het gewapende
conflict. Meer dan 30 jaar later wil haar dochter achterhalen wat er
is gebeurd.
Omstreeks
1600 werd het katholieke Noord-Ierland bij het protestante Engeland
gevoerd, waarna er een strijd ontstond om deze streek terug bij
Ierland te voegen. Tussen 1960 en 1988 werd de strijd gewapend
uitgevochten, waarbij heel wat slachtoffers vielen. Deze
nationalistische strijd werd dan eerder een burgeroorlog tussen
protestanten en katholieken, of tussen de katholieke meerderheid van
de bevolking en het Engelse leger.
Porter
schrijft een spannend verhaal dat is ingebed in dit conflict dat bijna 400 jaar aansleepte. Bij sommigen waren nationalistische
motieven belangrijk, bij sommigen de religie, bij anderen waren het
wraakmotieven door gedode familieleden.
Sommigen
wilden de vrede middels diplomatie en politiek nastreven, maar er
waren steeds mensen die met geweld de vrede wilden afdwingen.
Een
conflict dat zo lang aansleept, met zo veel menselijk leed tot
gevolg, wordt niet beëindigd door een vredesakkoord. Wonden
blijven etteren, sommigen willen wraak om geleden leed “zinvol”
te maken.
Porter
weeft al deze gevoeligheden in een spannend verhaal waarbij in 1966
een jonge protestante veearts verliefd wordt op een IRA aanhanger en
hierdoor betrokken wordt in de gewapende strijd. Als haar dochter in
1998 antwoorden zoekt wordt ook zij betrokken in de naweeën van deze
strijd.
Een goed geschreven verhaal dat enig inzicht geeft in de toenmalige problemen in Noord Ierland waarbij de spanning van het verhaal centraal staat, niet het gewapend conflict.
Synopsis
Een Nederlandse veearts probeert een nieuw bestaan op te bouwen te midden van het oplaaiende geweld in Noord-Ierland, begin jaren zeventig. Als een jonge moeder wordt vermoord en de arts zich over de baby ontfermt, raakt ze betrokken bij de politieke en religieuze strijd.