Meelopen in de Begijnenstraat
Een
37-jarige vrouw gaat als cipier werken in Antwerpen terwijl ze haar
studie sociologie afrondt. Ze beschrijft wat dit werk inhoudt en geeft
zo een inkijk in het leven in de Begijnenstraat.
De gevangenis is voor de meeste mensen een onbekende wereld. In dit boek beschrijft Brosens wat ze moet doen als cipier. Ze vertelt wat ze moet doen vanaf het douchen van de gedetineerden ’s morgens, bij het werk van de gedetineerden, bij familiaal bezoek, bij de wandeling in de namiddag tot bij het afsluiten van de cellen ’s avonds.
Hoe
langer ze werkt, hoe meer contact ze heeft met de bewoners, zodat ze
ook hun kant van het verhaal kan weergeven. Het gaat dan vaak over de
eentonigheid in hun leven, over problemen met
kamergenoten, over de overbevolking en het gebrek aan respect.
Brosens
is een jonge geëngageerde vrouw die ter plaatse ziet dat heel wat
vooroordelen die in de buitenwereld worden geschreven totaal
misplaatst zijn. Ze bekijkt het systeem en de gedetineerden door
haar studie vanuit het standpunt van een sociologe en niet vanuit
juridisch standpunt. Zo vraagt ze zich af of het huidige
strafsysteem voor iedereen wel zinvol is en benadert ze de
gedetineerden als mens en niet als veroordeelde.
Brosens
is echter een beginneling en niet bekend met alle facetten van
het vak. Ze kan, gezien haar achtergrond, de mensen en het
rechtssysteem bekijken en haar eerste indrukken weergeven, maar
verder gaat het niet. Zeker als ze kritiek geeft op het
rechtssysteem klinkt het wel eens sloganesk. Ze is als jonge vrouw
werkzaam op social media en tik-tok, wat je merkt in de schrijfstijl.
Ik miste soms wat nuance, wat loutering, hiervoor miste ze duidelijk
ervaring.
Een minpuntje inderdaad, maar het positieve is wel dat Brosens het leven in de Begijnenstraat en het werk van een cipier op een zeer leesbare wijze weergeeft. Het geeft enig inzicht in een voor velen onbekende wereld.