Passie voor poëzie: een gesprek met Piet Piryns
Poëzieweek staat voor de deur, tijd voor een goed gesprek over poëzie. Wie poëzie zegt, zegt Piet Piryns: groot poëzieliefhebber en -kenner en jarenlang de gastheer van de Donderdagen van de Poëzie in het Letterenhuis. Vanaf januari 2026 verhuist deze gesprekkenreeks naar vrijdag én van locatie. In samenwerking met district Antwerpen wordt De Harmonie de nieuwe locatie. David Van Reybrouck is de eerste gast.
Wat betekent poëzie voor jou?
Schoonheid! Er is al genoeg lelijkheid en ellende als je om je heen kijkt. De verleiding om cynisch of wanhopig te worden is er altijd, en dan kan poëzie heel even een veilige vluchtheuvel zijn.
Wie zijn de dichters die jouw liefde voor poëzie hebben aangewakkerd?
Ik heb het geluk gehad dat aan het begin van mijn journalistieke carrière mijn pad dat van Herman de Coninck kruiste. Herman en ik hebben samen honderden interviews voor Humo gemaakt, we werden boezemvrienden, in de jaren tachtig stonden we samen aan de wieg van het Nieuw Wereldtijdschrift. Herman was bezeten van poëzie, hij ademde poëzie. En dat bleek besmettelijk.
Wat zijn de grootste misverstanden over poëzie?
Hoeveel wil je er? Dat een gedicht moet rijmen is zo’n misverstand. Dat gedichten niet mógen rijmen is dat evenzeer. Dat gedichten lezen moeilijk is. Dat je een gedicht als zakdoek kunt gebruiken om je tranen te drogen. Of dat dichters een dieper en rijker gevoelsleven zouden hebben dan pakweg verpleegsters of bankbedienden. Dichters zijn geen betere of gevoeligere mensen, maar ze kunnen onder woorden brengen wat anderen niet gezegd krijgen. Er moet een reden zijn waarom je zo vaak gedichten aantreft in rouwadvertenties of op bidprentjes – ook als de overledene bij leven nooit een gedicht heeft gelezen.
Hoe pak jij een openbaar gesprek met een dichter over poëzie aan?
Ik lees me zo goed mogelijk in, slaap een paar dagen met zijn of haar bundels onder mijn hoofdkussen en probeer vooral te voorkomen dat het gesprek dat we voeren ontaardt in een interview. Een interview en een gesprek zijn namelijk twee verschillende dingen. Een interview is bijna altijd een toneelstukje, waarbij de interviewer een lijstje afwerkt met van te voren bij elkaar gesprokkelde vragen, die de geïnterviewde kan dromen omdat ze hem al tien keer gesteld zijn, maar de geïnterviewde doet alsof hij ze voor het eerst hoort. Bij de Donderdagen van de Poëzie wist ik eigenlijk nooit van te voren wat ik precies zou vragen. Ik vond het ook nooit erg als een gesprek onverwachte wendingen nam of alle kanten op meanderde. Dat waren vaak juist de mooiste gesprekken.
Zijn er hoogtepunten voor jou in al die jaren dat je dichters interviewde in het Letterenhuis?
Oei. Wie zal ik noemen? Ik heb in die vijftien jaar dat ik die gesprekken mocht voeren meer dan honderd dichters op bezoek gehad. Laat ik me beperken tot het voorbije jaar. Dan denk ik bijvoorbeeld aan Amina Belörf die vertelde hoe de bibliotheek van Hoboken haar als kind een ontsnappingsroute uit de armoede bood, en hoe ze daar de poëzie ontdekte. Een ander memorabel gesprek was dat met Anna Enquist, die tijdens de allerlaatste aflevering in het Letterenhuis, vorig jaar november in een tjokvolle zaal, een paar gedichten van en voor Leonard Nolens voorlas – amper vier weken voor zijn dood.
Wie zijn de eerste gasten?
We beginnen op 30 januari met David Van Reybrouck, die nu vooral bekendheid geniet als ‘Denker der Nederlanden’ en schrijver van bestsellers als Congo en Revolusi. maar stiekem ook een dichter is. En later dit voorjaar: de voormalige Dichter des Vaderlands Charles Ducal, de veelvuldig bekroonde Nederlandse Sasja Janssen en Annelies Verbeke, die we kennen van haar kortverhalen, maar die nu ook debuteert als dichter.
Wat verwacht je van de samenwerking met district Antwerpen en van het districtshuis als nieuwe locatie?
Niets dan goeds natuurlijk. In het Letterenhuis hadden we al een trouw en geïnteresseerd publiek, maar gezien het tijdstip – donderdagmiddag halfeen tot halftwee – bestond dat publiek vrijwel uitsluitend uit leeftijdgenoten van mij. (lacht) Niet de allerjongsten dus. Niks mis mee, maar door de samenwerking met het district Antwerpen en door een ander tijdstip te kiezen - vrijdag van drie tot vier, in de aanloop naar het weekend – hopen we niet alleen ons publiek te behouden, maar ook meer jongeren te bereiken. Het enthousiasme van het districtsteam dat nu de Vrijdagen van de Poëzie gaat organiseren en die prachtige locatie in het Harmoniepark kunnen daar alleen maar bij helpen. Ik kan niet wachten.
PRAKTISCH
Vrijdagen van de Poëzie
- 30 januari | David van Reybrouck | tickets via deze link
- 20 februari | Charles Ducal | tickets via deze link
- 20 maart | Sasja Janssen | tickets via deze link
- Telkens van 15 tot 16 uur
- Districtshuis Harmonie, Harmoniepark 1, 2018 Antwerpen
- Tickets: €5 / €0 VT-statuut
Dichters op Donderdag
In bibliotheek Permeke start een nieuw seizoen van Dichters op Donderdag met Johan de Boose die elke maand een dichter interviewt over een nieuwe bundel. Voor de liefhebbers is er nadien een korte samenleessessie van 1 gedicht uit de besproken bundel met Frederik Janssens.
- 26 februari | Peter Holvoet-Hanssen met ‘roodvos’ februari |
- 26 maart | Billie Vos met ‘Alleen van u als ik van mij’
- 30 april | Alex Deforce met ‘Tot nu toe’
- Telkens van 12.30 tot 13.30 uur
- Bibliotheek Permeke, De Coninckplein, 2060 Antwerpen
- Vrije toegang