De werkplek van Igor Daems

2 november 2022

Door Hanneke van de Kerkhof

Voor Antwerpen Leest mag ik schrijvers gaan portretteren aan de hand van hun werkplek. Vandaag ga ik mijn allereerste interview afnemen en ik ben behoorlijk zenuwachtig, het voelt toch als een hele verantwoordelijkheid als je een persoon “portretteert”. Ik heb Igor leren kennen als docent bij creatief schrijven waar ik de cursus portretschrijven heb gevolgd. Spannend, een vuurdoop bij de “master hemzelf”.


“Ik had nog willen opruimen” zegt Igor wanneer hij naast de plant in het zeteltje gaat zitten. Verbaasd kijk ik naar het bureau dat naar mijn idee niks overbodigs laat zien. De kamer oogt kraaknet en dat had ik ergens ook verwacht. Igor komt bedachtzaam over, niets is zomaar, alles heeft zijn reden. De kamer baadt in het licht dat via het raam naar binnen valt, maar ook de vide zorgt ervoor dat je in deze kamer in verbinding bent met de rest van het huis. “Dat heeft ook zijn nadelen, als er veel mensen thuis zijn dan hoor je alle geluiden alsof je mee in de woonkamer zit.”

“We zijn dit huis tegengekomen, al waren we niet van plan te verhuizen, we woonden 500 meter verderop. Het huis was veel te duur, maar we hebben toch een bod gedaan en dat werd geaccepteerd. Een vriendin van ons is architect en we hebben haar gevraagd eens na te denken over de indeling. Beneden was het een redelijk donkere ruimte, maar dat was op te lossen door er een vide van te maken. Er is een deel van de vloer uitgebroken en zo komt er beneden extra licht binnen. Het is fijn om hier te zitten, ik kijk graag naar buiten want een deel van het schrijven is ook het staren, naar buiten in dit geval. Soms ga ik ook in de bibliotheek schrijven als ik toch in de stad moet zijn. Dan zit je tussen de studenten, dat is wel fijn, zo collectief bezig zijn. Je hebt altijd de afleiding van internet enz., maar ik zet het wel bewust uit als ik bezig ben. In de bieb heb ik niet de neiging om op internet te gaan, net als vroeger toen het er nog niet was. Puur werken.”

Ik bedenk dat Igor waarschijnlijk geen absolute stilte nodig heeft om gefocust te kunnen werken. Een zoon van zeven, twee katten en een hyperactieve puppy, Bowie, zorgen voor behoorlijk wat beweging in huis.

“Ik heb andere manieren om in die focus te geraken. Bijvoorbeeld, ik loop veel. Ik ben nu aan het trainen voor een marathon. Als ik in de ochtend heb gelopen is het ongelooflijk hoe geconcentreerd ik dan kan werken. Zo heb ik ooit een dun boekje geschreven waarvan de structuur ontstaan is tijdens het lopen.

Poes

Wanneer ik niet ga lopen dan breng ik eerst mijn zoon naar school. Even wind en lucht voelen en mensen zien voordat ik begin. Alsof de dag pas echt begint als ik eerst even ben buiten geweest.”

“Mijn belangrijkste ambitie is eigen baas te zijn. Dat als ik een pauze nodig heb, dat ik dat ook kan doen. Het resultaat is het belangrijkste denk ik. Ik heb er nooit in geloofd om een vast aantal uren te schrijven, op vaste tijdstippen, op een kantoor. Opdrachtgevers weten niet wanneer ik werk, voor hetzelfde geld doe ik dat op zondagnacht. Als het maandag maar klaar is, dan is het goed. Sinds 2020 ben ik volledig zelfstandig, dat is stapsgewijs zo gegroeid. Eerst parttime werken om daarnaast tijd te creëren voor mijn eigen werk. Ik kreeg echter zoveel opdrachten dat de stap naar volledig eigen baas zijn een logisch gevolg was. Nu heb ik zelfs minder tijd voor mijn persoonlijke projecten dan toen ik nog fulltime voor de stad werkte. (Lacht)

Inspiratie is ook iets. Je moet wel beginnen. Ik heb ooit een uitspraak gehoord dat je moet beginnen voordat je je klaar voelt om te beginnen. Als je wacht tot je denkt, nu ben ik klaar om een hoofdstuk te maken dan…” Hij maakt zijn zin niet af wat perfect illustreert wat hij hiermee wil zeggen. “Het is toch wel het beste om tegen 9 uur hier te gaan zitten. Er komt altijd iets. Ik heb het ook al vergeleken met lopen. Niet te veel nadenken, gewoon doen, dat is de beste manier om resultaat te boeken. Gewoon beginnen en zelfs als je denkt het lukt niet, dat gebeurt nooit, er komt altijd iets.”

Igor hoort bij de weinige schrijvers die van hun pen kunnen leven, iets waar ikzelf enkel van kan dromen. “Ja.” Zijn ogen lichten op om zichzelf daarna meteen te relativeren. “Natuurlijk veel commerciële opdrachten. Ik werk ook veel voor de stad als freelancer, wat ‘echte schrijvers’ misschien niet zullen doen. Dat zijn dan teksten voor websites, brochures…scenario’s voor video’s. Heel uiteenlopend, wat ik wel fijn vind. Dat moet gewoon. Anders kun je er niet van leven. Enkel auteursrechten…nee dat lukt niet.”

Een echte schrijver, wat is dat dan? De opmerking van Tony Vanderheyden schiet me te binnen: ‘een schrijver is iemand die schrijft en een auteur is een schrijver die ook publiceert’.

“Misschien iemand die zich enkel focust op boeken schrijven en daarvan kan leven?” Kaatst hij mijn vraag terug. “Of het geduld en de moed hebben om elk jaar, of elke twee jaar een boek uit te geven. Een schrijver is echt iemand met een oeuvre, met 30 boeken op zijn naam.” (Lachje) Ik hou ervan iets af te werken en dat is het fijne van in opdracht te werken, je hebt dan deadlines en vrij snel resultaat. Ik heb een boekje waar ik fijne complimenten in opschrijf als steuntje in de rug.” Wat een goed idee, een ‘schouderklopje’ in zakformaat, deze tip neem ik mee.

Er staat een boekenkast die slechts een kleine selectie boeken bevat, “deze boeken zijn mijn dierbaarste boeken, de rest zit in dozen, de muur vullende boekenkast is nog een wens die wat op zich laat wachten. Ik heb graag boeken om me heen, al heb ik daar geen rationele uitleg voor, misschien als steuntje in de rug. Het is niet zo dat ik steeds de boeken vastpak of zo. Het is meer het gevoel dat ik dan heb, dat er andere auteurs rond me zijn.

De boeken die hier staan, zijn boeken met een betekenis. Als ik dan ook nog eens naar de boom kan kijken dan voel ik me goed. Je ziet de seisoenen veranderen, tijd wordt zichtbaar.”

Boekenkast

Igor neemt een boek uit de boekenkast. “Dit boek was voor mij en Elske, een collega-vriendin-schrijver de rechtstreekse aanleiding om met een opleiding portretschrijven te beginnen. Het boek ‘Mister Gwyn van Alessandro Baricco, “Het gaat over een schrijver die van de ene op de andere dag beslist: ik stop met schrijven. Hij huurt een loft om daar mensen te ontvangen, waar ze dan tien dagen niks tegen elkaar zeggen. Na die tien dagen schrijft over elk individu een tekst. Je krijgt dat niet te lezen maar je voelt wel dat het heel bijzonder is.

Gwyn

We zijn een boekje aan het maken rond portret schrijven en ik heb nu elke vrijdagnamiddag geblokkeerd in mijn agenda om daaraan te kunnen werken. Door die beslissing te maken heb ik ook meer invallen. Het is alsof je een luikje openzet.”

“Een schrijver die ik altijd graag heb gelezen is Paul Auster. Ik heb zijn boeken ontdekt toen ik twintig was en ik heb ondertussen al zijn boeken. Zijn bekendste boek is ‘New York trilogie’, drie boeken met als de hoofdpersoon de stad New York. Ik heb het gelezen terwijl ik in New York was en dat maakte het tot een bijzondere leeservaring. Het hoofdpersonage loopt rond door de straten en ik heb dat zelf ook gedaan… Dat is een extra laag die erbij kwam door daar zelf te zijn.”

Het koffieapparaat schiet in gang en ik vraag of Bowie voor zichzelf een koffie aan het maken is. Toch handig zo’n open werkruimte, je hoort inderdaad alles.

“Dit rekje is nog van mijn grootmoeder geweest. Ik vind het fijn om dat dichtbij te hebben, wat geschiedenis om me heen. Deze kast komt ook van mijn grootmoeder, onderin zaten de spelletjes en bovenin de fotoboeken.” Igor is best nostalgisch, hij leunt lichtjes naar voren wat zijn enthousiasme verraad als hij over het verleden praat. “Ik denk vaak aan vroeger zonder me daarin te verliezen, misschien een gemis van de eenvoud die wat verdwenen is.


Altaartje

Ik heb ook een secretaire, zo’n meubel dat je openklapt. Het is van mijn grootvader geweest maar staat nu in de slaapkamer. Vroeger schreef ik daaraan, maar echt ergonomisch is dat niet, je zit met je knieën tegen de lades. Ik richtte het dan in met attributen die te maken hadden met het boek waar ik op dat moment aan bezig was. Ik vind het wel een leuk idee dat je, wanneer je het openklapt, je meteen in de sfeer komt. Alsof je een nieuwe wereld opent.”

“Ik vind het fijn als mensen verhalen vertellen over vroeger. Niet iedereen is daar even hard mee bezig. Soms praat ik met mensen, die je ziet denken: alléz wat vraagt die nu, we leven in het nu toch. Veel van die mensen hebben de oorlog meegemaakt. Soms doe ik hier in het gezin alsof ik zelf de oorlog heb meegemaakt. Gewoon om te laten zien dat hoe wij leven niet zo evident en vanzelfsprekend is. Ik heb ooit een koppel geïnterviewd en die man zag de oorlog echt als een avontuur, hij speelde spelletjes en daagde de soldaten uit maar zijn vrouw heeft echt angsten gehad. Ze hebben dat allebei op zo’n andere manier beleefd.”

“Voor de rest heb ik zeker ergens nog drie boeken liggen waar ik hard aan gewerkt heb, maar wat stilgevallen is. Twee romanachtige dingen en een boek over migraine. Maar het probleem is, ik heb geen migraine meer.” Wat geweldig, dat boek wil ik zeker lezen, als dat migraine kan temmen. Igor ontneemt me meteen de hoop de succesformule te achterhalen. “Geen informatief boek, nee nee, ik heb hier boeken liggen over migraine, maar dat is supersaai. Het gaat over de beleving, hoe kun je aan iemand anders uitleggen hoe het voelt om migraine te hebben. Ik noem het ‘het beest in mijn hoofd’. Ik heb heel veel ideeën, het is een kwestie om een vorm te vinden, het kunnen evengoed gedichten worden, of met illustraties… Wat is de beste vorm, daar loop ik al heel lang over na te denken. Ik had al gekozen voor een structuur, maar het feit dat het nog niet af is wil zeggen dat het nog niet juist is. Soms is dat de beste manier om een boek te schrijven, dat je het aan iemand uitlegt. Het is ook lastig dat ik het niet meer heb, hoe geloofwaardig ben ik als schrijver nu ik geen migraine meer heb. Het beest is weg. Hoe ben ik het beest kwijtgespeeld?”

“Migraine als personage en waar is het nu naar toe, je zou er een portret over kunnen schrijven.” Mag dat wel, meedenken terwijl je een interview afneemt? Zijn ogen beginnen te glanzen en hij draait wat heen en weer in zijn stoel. “Alléz nu heb ik daar weer zin in.” (Lacht)

“Ik droom ervan als schrijver verbinding maken met mensen via taal. Er is niks zo direct in communicatie als een boek. De woorden liggen bij mensen in de zetel of in bed, dat is best wel intiem. Je weet niet waar die woorden bij mensen rondslingeren. Al zijn het maar twintig mensen die het lezen… Een boek legt een weg af.” Hoe lang leeft een boek? Bedenk ik me, waarop Igor me uit mijn gedachten haalt met het antwoord. “Dat overleeft jezelf en een andere generatie kan dat boek dan weer vinden.” Wel een leuke gedachte vind ik. “Dat is de reden dat ik dat doe, die portretten, anders zijn dat verhalen die verloren gaan.”

Hier is duidelijk een gepassioneerd man aan het woord. Dat boeken nog maar lang mogen bestaan! Daar zijn we het beiden over eens. Een prachtige poes met lang zwart fluffy haar komt me afleiden. Een echte diva die normaal heel schuw is, maar me kopjes begint te geven van kop tot teen. Igor is verbaasd, “dat doet ze anders nooit.” Bowie wordt jaloers maar neemt genoegen met mijn been. Ik krijg nog net genoeg adem om mijn laatste vraag te stellen voordat ik me bevrijd uit dit knuffel-offensief en mijn fiets op spring.

De grijze ochtend heeft plaats gemaakt voor de zon wanneer ik met een vol hoofd tevreden weer naar huis fiets.


Bedankt Igor Daems, voor dit fijne gesprek.

Igor Daems is naast schrijver ook docent voor Creatief schrijven. Hij geeft de cursus portretschrijven, welke ik iedereen kan aanraden.