Of men wolven kan temmen?
Een dikke pil, 861 bladzijden, volle bladspiegel, klein lettertype, heel veel plaats om veel te vertellen en dat doet Fallada met veel brio.
Ik vraag me af hoe de schrijver erin slaagt mij, een wat wispelturige lezer, vlug afgeleid bij langdradige boeken, de volle rit te doen uitrijden, geboeid, zelfs met spanning wachtend op de laatste bladzijden om te weten hoe het afloopt met sommige personages.
Met relatief weing personages, met slechts twee locaties, Berlijn in het eerste boekdeel, vervolgens landgoed Neulohe op het Duitse platteland, en dit alles in één periode 1923.
Zou het kunnen dat de schrijver zijn complexe personages zo menselijk weet neer te zetten. Hij gebruikt een meervoudig vertelperspectief, iedereen komt meermaals aan bod, kan zijn of haar versie van de feiten geven en de lezer krijgt een mooi overzicht van de Duitse samenleving 5 jaar na WO1.
Of zou het de taal zijn waarin hij vertelt, veelvuldig gebruik makend van zegswijzen die de dialogen beeldend en spitant maken. De auteur wordt gerekend tot de Nieuwe Duitse Zakelijkheid met een zakelijke, journalistieke taal. Ik ervaar zijn taal heel anders, vlot, rijk, vol beelden.
Wat dan met die wolf, Wolfgang Padel, een wat eigenzinnig, egoïstisch personage, soldaat in WO1, nadien trachtend te overleven samen met zijn vriendin Petra door te spelen op de roulette. Hij schrikt er niet voor terug hun laatste goederen te verpanden en te vergokken en haar zonder scrupules te verlaten. Na zijn vertrek naar landgoed Neulohe evolueert hij stelselmatig tot een rustige, bedachtzame en hard werkende man.
Is dit een wolf die de roedel weet te verlaten, die terugkeert naar een meer humane samenleving en is er meer hoop voor de menselijke soort?
De auteur sluit zijn epos af met een zo simpele maar daarom niet minder mooie slotzin: WELTERUSTEN.GOEDENACHT, SLAAP WEL!