Van een gereedschapskist, een schommel en dolle jasmijn
“Dans het stof uit de vloer - Kairi Look” *****
Estland. Het kind leeft in de nieuwe tijd, bijna iedereen heeft er de mond vol van, zodat niemand meer luistert naar elkaar.
Grijp je kans. Maak er iets van. Je moet.
Geen dromen, maar daden.
Maar het kind leeft met de grootmoeder in de kamer. Met verhalen, verbeelding, de pap die ze op de vensterbank zetten voor de gestorven zielen die langs een regenboog naar beneden komen om je geluk te brengen.
Een kastanje in je jaszak. De lijsterbes.
En dansen. Altijd blijven dansen. Dansen, leven en liefhebben, erger en erger.
Opgroeien. Je weg zoeken. Door duisternis. Naar licht.
Verlies. Er was maar een verlies waar de grootmoeder bang voor was: het verlies van dierbaren.
De grootvader, tegen wie ze zei: kom dan, kom met me mee. Maar de grootmoeder is onsterfelijk. Dat denkt het kind.
En aan de oom, denkt ze, later als ze geen kind meer is, die zei dat alle vrouwen in de familie dezelfde stem hebben.
Als zij geen woorden meer heeft.
Niemand heeft meer woorden, alleen daden, en de daden helpen niet.
Hoe snijdt het verdriet in je. Recht je rug.
Het lijf daarentegen schreeuwt. In een andere stad in een ander land met een andere taal.
Volwassen intussen, maar niet groot.
Er is de man die houvast zoekt. Zijn tederheid die verleidelijk is, gevaarlijk.
Waarom vinden anderen één ritme?
De kleuren. De vogels. De zee.
De herinneringen als de jas van de grootmoeder. Haar kracht zit erin. Haar hoop. Haar stem.
Dans, kind.
Waar het om draait is om de moed om vrijheid te geven en vrijheid te nemen.
Kairi Look schrijft zoals naïeve schilderijen. Maar vergis je niet. In de holtes tussen de zwarte contouren is het diep, complex.
Ze verduidelijkt niet. De tijd is een stroom. Toen en nu, daar en hier, heen en terug.
Ze geeft momentopnamen. Miniaturen. Poëzie. Bloemtakken in een vaas. Wortels.
Ik begrijp niet alles. Ik herken. Ik herken zoveel.
Voelen doe ik des te meer.
“Ze komt tot het raam, de schommel vliegt, ze komt tot de deurpost, de schommel vliegt, ze komt tot de dakgoot, waar een zwaluw geschrokken tjilpt. Ze vliegt tot het dak, de wind raast onder haar blote benen, haar rok wappert, ze vliegt langs de regenpijpen, haar bloes fladdert, ze vliegt tot de boomtoppen en erbovenuit. Ze strekt haar benen en haar tenen en stuift dwars door de schaapjeswolken naar het middelpunt van het wijde blauw. Ergens in de verte is de aarde, maar zij is weg, zij is ergens anders, dit is haar vlucht en ze is vrij, ze is een en al zomer, van haar tenen tot haar kruin.”
Dit is het kind.
Dit was ik.
Ik ben het nog. Met boven en onder hemel.
Synopsis
Terwijl Estland zich losmaakt van een pijnlijk verleden, groeit een meisje op in de beschermende aanwezigheid van haar overgrootmoeder. Jaren later woont ze in het buitenland en probeert ze, tussen twee talen en twee landen in, een nieuw thuis te vinden.