weet jij waar ons eten vandaan komt?
Het boek staat in de bib bij de fictie, maar eigenlijk is het dat niet.
Joseph Ponthus, de auteur, beschrijft hoe hij, op zoek naar werk, in het interimcircuit belandt.
Hij woont in Bretagne, het centrum van de Franse voedingsindustrie. Hij beschrijft zijn werk in fabrieken waar vis en zeevruchten verwerkt worden en in slachthuizen.
Hij schrijft over het harde werk, het lawaai, de stank, vroeg opstaan, vermoeidheid, maar ook de vriendschap tussen zijn collega's.
Literatuur en poëzie houden hem op de been bij het uitzichtloze, monotone en zware werk. Hij kent zijn klassiekers: Dumas, Victor Hugo, Apollinaire en de chansons van Charles Trenet. Daarmee doorspekt hij zijn relaas.
Het geheel wordt een dichterlijke ode "aan de proletariërs aller landen, aan de ongeletterden en de tandenlozen met wie ik zoveel heb gelachen, geleden en gewerkt."
Als je het boek begint te lezen kan je moeilijk stoppen. De vorm lijkt op een gedicht, met korte zinnen en weinig interpunctie. Tegelijk kan je bijna ruiken, zien en horen wat hij beschrijft.
Het doet je wel nadenken over hoe ons eten wordt verwerkt voor het in de supermarkt ligt en wie de mensen zijn die daarvoor zorgen.
Helaas heeft Joseph Ponthus maar één boek geschreven. Hij is op jonge leeftijd (42 jaar) gestorven.
Synopsis
Relaas van een Bretonse uitzendkracht die om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien, moet werken aan de lopende band in een visverwerkend bedrijf en een slachthuis.