Wat was: het Poëzie- bordeel, de intieme opening van de poëzieweek 2025
door Hanneke van de Kerkhof
Onder het zachte gefluister in de schemering opent de Poëzieweek 2025 haar gordijnen. Het Poëziebordeel is een tempel van verleiding, waar zinnen strelen en woorden verleiden. Lijfelijkheid, het thema van dit jaar, ademt door de avond heen. Woorden nestelen zich in het halfduister, voelbaar in elk gebaar, in elke stem. Ook dit jaar een uitverkochte editie in de Arenbergschouw- burg vol met warmrood, lyrische erotiek en schone mensen.
Speciaal voor deze avond kruipt Charlotte Van den Broeck opnieuw in de huid van haar alter ego. Samen met Wim Helzen, Lisette Lombé, Sasja Janssen, Jan Ducheyne, Dean Bowen, Els Dejonghe en Annemarie Estor dompelt zij het publiek onder in een nacht vol intieme lezingen,
welgevormde woorden en gefluister tussen sofa’s en chaises longues.
Samen scheppen zij een vurige en onweerstaanbare poëtische ervaring. Het publiek, gehuld in hun mooiste Tuin der Lusten-outfits, maakt de sfeer compleet.
Je sjakos vertelt wie je bent
Tussen de optredens door ontmoet ik hem: een man die tassen leest. Hij lijkt zo uit een sprookjesboek gewandeld. Veertjes en gelukspoppetjes zitten verstopt in zijn volle grijze baard. Zijn vriendelijke ogen en warme stem maken me nieuwsgierig.
Zijn blik rust op mijn handtas, alsof hij een gesprek opvangt dat ik zelf niet hoor. “Deze tas verteert,” zegt hij. “Hij bewaart dingen, maar laat ze ook langzaam los. Je bent iemand die herinneringen koestert, maar misschien te lang. Soms mag je beslissen: dit draag ik niet meer mee.” Hij glimlacht. “Er is ruimte in de tas. Ruimte voor iets nieuws. Maar het moet organisch komen. Structuur is goed, maar niet te veel.”
Zijn woorden verrassen me. In een paar minuten weet hij een waarheid bloot te leggen die resoneert. Ik mag grabbelen in een bruinleren koffer en vis een bellenblaas tevoorschijn. “Voor spel,” zegt hij. “Voor lichtheid.” Geen uitleg, geen grootse betekenissen. Alleen dat. En dat is precies genoeg.
Madame
Lisette Lombé, maar ce soir: Madame. Op de tweede verdieping: een gang vol deuren, elk een belofte. Net als ik aan de beurt ben, wordt me toegefluisterd: “Het is in het Frans.” “Geen zorgen, je zal de betekenis wel voelen.” De spanning stijgt.
In een klein kamertje raken onze knieën elkaar bijna. Madame houdt me een waaier kaarten voor. Ik trek er een: La vérité. De waarheid.
Ze vraagt me wat waarheid voor mij betekent, in het verleden en de toekomst. Ik denk niet na en laat het antwoord komen. “De waarheid over het verleden is helderder nu ik afstand heb genomen. Het verleden loslaten maakt de toekomst lichter.” Ze stelt voor samen een gedicht te lezen: A plat ventre. Zij in het Frans, ik in het Nederlands. Dan leest ze het opnieuw, alleen. “Een gedicht is als muziek,” zegt ze. “Je hoeft de taal niet te verstaan om het te voelen.”
En ze heeft gelijk. De woorden zinderen door me heen.
Wat blijft
De Poëzieweek opende niet met tromgeroffel of grootse gebaren, maar met een tedere aanraking. Een uitnodiging om dichterbij te komen, niet alleen bij de woorden, maar ook bij jezelf. Ze sluimert, groeit langzaam en verspreidt zich onderhuids.
Een handtas die een verhaal vertelt zonder het uit te spreken. Een bellenblaas die lucht toevoegt aan het gewicht van het bestaan. Een gedicht dat betekenis krijgt door het te voelen.
Wat overblijft zijn geen woorden, maar een aanwezigheid. Een stilte die nazindert. Een belofte voor de komende week, waar lijfelijkheid, de kracht van woorden en de verleiding van het lichaam centraal staan.
Toch knaagt er iets. De avond was te kort, de gangen te lang, de deuren te talrijk. Achter zoveel mysterieuze ingangen bleven werelden verborgen die ik niet kon betreden. Wat voor verhalen, fluisteringen en gedichten gingen daar schuil? Ik zal het nooit weten. Maar misschien is dat juist de magie: het verlangen naar het onbekende, de onvolledigheid die blijft hangen als een zoete echo van wat had kunnen zijn.