Tussen ons gezegd en geschreven: poëzie voor jou
"Ik was mezelf en toch ook alle anderen.
We ademden diep in. Niet helemaal
synchroon en ik vroeg me af waarom
ik mijn motieven nog wil kennen"
uit: Maria Barnas: Tussen mij - p. 18: WIJ
Maria Barnas (1973) schreef eerder twee romans: Engelen van ijs (1997) en De baadster (2000). Haar poëziedebuut Twee zonnen (2003) werd bekroond met de C. Buddingh’-prijs en in 2009 ontving zij de J.C. Bloemprijs voor Er staat een stad op. In 2013 verscheen Jaja de oerknal, haar derde poëziebundel. Verder volgden Altijd Augustus en de alom geprezen en succesvolle bundels Nachtboot, en Diamant zonder r.
Nu is er 'Tussen mij' en al ben ik geen veellezer van poëzie, dit smaakt bijzonder. Bij Barnas gaan de gewichten van de woorden (en soms de letters) hun eigen gang. Hoe beïnvloedt taal wat wij (niet) zien? Is het de taal of de gedachte? Gorgelen, dat woord, neemt Barnas meer dan eens in de mond. Is het de vorm of de taal? Humor is er ook, subtiel, niet altijd even duidelijk waar, maar net daarom ook weer: bijzonder.
Misschien begrijp ik (nog) niet altijd en overal waar het juist om draait, waar elk laagje zich bevindt in 'Tussen mij', en moet ik de taal nog wat verder laten bezinken, maar dat is een goede reden om deze bundel meer dan eens vast te nemen en er dan opnieuw en verder van te proeven.
"En
maar
hoe moet er iets ontstaan
op een plek die door anderen is klaargezet?"