Kritisch inzicht
Het boek begint met de veroveringstochten van Julius Caesar. De politiek in de veroverde gebieden in die eerste eeuwen voor en na Christus was repressief. Dit illustreert de auteur met iconografische bewijzen en geschriften van zowel heersers als Caesar zelf en historici als Tacitus et al. Ongetwijfeld speelde het Romeinse leger een positieve rol in het ontstaan van steden en wegen maar de zgn. civilisatie van de 'barbaren' was ook ontwrichtend en genocidair. Krijgsgevangenen werden gedood of als slaven verkocht. Vee, graan, belastingen, alles was in functie van de troepen. Gezinslandbouw veranderde in een landbouweconomie en marktgerichte productie voor de legerbevoorrading. De handel met andere Romeinse gewesten nam wel enorm toe. Een dynamische imperialistische organisatie werd vooral door keizer Augustus gerealiseerd.
In de 2de eeuw heerste er een welvarende Pax Romana na de oorlogsellende. Hadrianus met name zag in dat de expansiedrang op zijn grenzen was gestoten. Toch bleef de Romeinse vrede steeds een gewapende vrede en wezen de schermutselingen aan de Rijngrens al op de uiteindelijke desintegratie van het Romeinse Rijk enkele eeuwen later. De langdurige Pax Romana droeg bij aan de economische groei en een relatieve romanisering, zeker in hogere kringen.
In de 3de eeuw kwam het Romeinse Imperium aan het wankelen door burgeroorlogen, opstanden, een chaotische en corrupte troonstrijd, en plunderingen door Franken, Saksen en Alemannen. Bovendien eisten klimaatveranderingen en epidemieën eveneens een zware tol en droegen ze bij tot een enorme ontvolking in de Gallo-Romeinse regio's.
De bestuurlijke reorganisatie van Diocletianus bracht weer stabiliteit rond 300, door Constantijn geconsolideerd in de 4de eeuw, wel weer gepaard met de bekende wreedheid. Tevens was er een geleidelijke migratie en rekrutering van geromaniseerde Franken in de hogere echelons van leger en bestuur, wat ertoe leidde dat Frankische krijgsheren in de 5de eeuw, bij de grote invasies, op een quasi natuurlijke manier de macht overnamen, samen met het geleidelijk vertrek van het Romeins leger en bestuur.
Moord, zelfmoord, slachtpartijen...dit is m.i. de bloedrode draad in de historie van die vijf eeuwen Gallo-Romeinse Lage Landen, met een korte uitzondering in de 2de eeuw. Het boek, waaraan Nouwen vele jaren werkte, is zeer gedetailleerd wetenschappelijk, geeft verduidelijkende annexen, en is geschreven voor een breed lezerspubliek dus zonder voetnoten en met een toegankelijk weergegeven bibliografie.