Stadsdichters

Antwerpen was de eerste Vlaamse stad met een stadsdichter. Na Tom Lanoye, Ramsey Nasr, Bart Moeyaert, Joke van Leeuwen, Peter Holvoet-Hanssen, Bernard Dewulf, Stijn Vranken, Maarten Inghels, Maud Vanhauwaert en Seckou werkt de stad Antwerpen voor het eerst met een pool stadsdichters.

Yannick Dangre, Lotte Dodion, Ruth Lasters, Proza-K en Lies Van Gasse maken deel uit van de eerste pool stadsdichters waarmee de stad twee jaar lang zal samenwerken. Met deze dichterspool is er plaats voor zowel klassieke poëzie, performance, poëzie-installaties, poëzie op papier en poëzie in het straatbeeld waardoor het stadsdichterschap weer nieuwe horizonten kan verkennen.

Dichters konden zich tot en met 27 januari 2022 kandidaat stellen om deel uit te maken van de eerste pool van stadsdichters, met opgave van hun motivering, curriculum vitae en een nieuw gedicht, waaruit de liefde voor Antwerpen spreekt. De stad ontving 71 kandidaturen waaruit een jury vijf stadsdichters heeft gekozen en voorgedragen aan het college. De jury motiveerde haar keuze als volgt: “De jury is verheugd met het hoge aantal ingezonden kandidaturen, 71 in totaal. Dichters van allerlei slag, van 16 tot 85 jaar, hebben zich kandidaat gesteld: dichters met gelauwerde dichtbundels op hun palmares, podiumdichters, multitalenten en amateurdichters. De jury kon maximaal vijf kandidaturen weerhouden en heeft gekozen voor dichters die de scheppende kracht van taal inzetten om de stad te vatten, dichters die hun verbeelding en woordkunst gebruiken om de lezer, de stadsbewoner te inspireren en hart en hoofd te raken. Poëzie die zowel het verschil als de verbinding binnenbrengt. Met deze dichterspool is er plaats voor zowel klassieke poëzie, performance, poëzie-installaties, poëzie op papier en poëzie in het straatbeeld. De jury gelooft dat deze pool een dynamiek kan ontwikkelen die het stadsdichterschap weer nieuwe horizonten kan doen verkennen en die een breed publiek warm kan maken voor poëzie in deze stad.”

Heeft u een verzoek aan de stadsdichterspool, stel uw vraag per mail aan boekenstad@antwerpen.be.

Yannick Dangre (1987) is schrijver van verschillende bundels en romans bij De Bezige Bij met een grote poëtische zeggingskracht waarin hij zowel zijn innerlijke wereld als de buitenwereld onderzoekt. Hij omschrijft zijn stijl als romantisch, muzikaal en met een scheut gulzige barok; kortom, een beetje zoals onze stad zelf. Dangre gelooft in de kracht van woorden: “Literatuur is er om nuance te brengen, om inlevingsvermogen te kweken in álle mogelijke mensen en situaties. Precies dat lijkt me een van de boeiendste aspecten aan het stadsdichterschap: de verbinding van poëzie met de dagelijkse, veelkantige werkelijkheid van een grootstad. Die meerdimensionale realiteit verduidelijken, becommentariëren, analyseren maar bovenal vermuzikaliseren is hoe ik de opdracht van een stadsdichter zie. Een stadsgedicht moet zowel in de beslotenheid van je bureau als voor een massa op de Groenplaats zijn waarde hebben.” Hij schreef een stadsgedicht waarin Antwerpen als een stad op leeftijd wordt voorgesteld die door haar bewoners telkens met nieuwe ogen wordt bekeken.

Lotte Dodion (1987) omschrijft zichzelf als poëziemissionaris. Na haar debuut ‘Kanonnenvlees’ (2016) legde ze zich toe op participatieve poëzieprojecten zoals ‘Studio Haiku’. Ze zet poëzie in om verwondering te creëren en deint niet terug voor conceptuele poëzie-interventies. Dodion: “Meer dan mooie dingen maken, wil ik met poëzie bovenal concrete verbindingen in de wereld leggen. Ik wil poëzie in de praktijk brengen. Contexten creëren om poëzie te injecteren in het dagelijkse leven. Ik geloof enorm in de reflexieve en transformatieve kracht van poëzie. Precies die poëtica maakt het stadsdichterschap voor mij zo boeiend: het biedt een gedroomd kader om verder te experimenteren met de mogelijkheden van poëzie als social design.” Het stadsgedicht dat haar kandidatuur begeleidt, is een gedicht in de vorm van een kleine troostinstallatie aan de Schelde.

Ruth Lasters (1979) is een bekroond dichter die midden in het leven staat. Ze staat al twintig jaar voor de klas in het Antwerpse middelbare onderwijs waardoor ze haar liefde voor taal kan delen met talloze jongeren. Als dichter geeft ze dan weer poëzielessen aan volwassenen op de Schrijversacademie. Het taalgebruik en de verhalen van al die mensen die ze beroepshalve ontmoet voeden op dagelijkse basis haar liefde voor literatuur en voor Antwerpen. Lasters: "Mocht ik de gelegenheid krijgen om gedichten te schrijven voor en over mijn geboortestad, dan zou ik al die sinjoren van uiteenlopende pluimage die ik aldoor tref daar zeker in vertegenwoordigen. Ook het voorlezen van stadspoëzie zou ik als een mooie kans zien om nog meer Antwerpenaren te leren kennen. Ik zou graag meewerken aan interactieve projecten die zich focussen op inwoners die niet dagelijks in contact komen met poëzie." Lasters schreef voor haar sollicitatie om deel uit te maken van de dichterspool een stadsgedicht over het symbool van onze stad: de hand.

Proza-K is een dichterscollectief, opgestart door twee vrienden met een grote liefde voor het woord: de Congolees-Antwerpse Yves Kibi Puati Nelen (1985) en de Joods-Antwerpse Cleo Klapholz (1989). Deze twee woordkunstenaars met diverse roots hosten allerhande poëzie-initiatieven waarop ze ook eigen werk brengen. Hun dynamiek weerspiegelt de diversiteit van de stad Antwerpen. Nelen en Klapholz: “We proberen poëzie een nieuwe invulling te geven en ze beschikbaar te stellen voor iedereen. Poëzie voor het volk! We doen dit nu via onze open mic hosting in KAVKA én via poëzieworkshops waarbij we alle lagen van de maatschappij willen meetrekken op onze literaire karavaan. We helpen diegene zonder stem, te zoeken naar hun unieke geluid zodat zij ook hun dromen op papier kunnen zetten. Als stadsdichter zal ons bereik dan ook groeien waardoor we nog meer mensen kunnen aanmoedigen om hun stem op papier te krijgen.” Proza-K schreef een stadsgedicht waarin ze als fiere sinjoren het woord nemen.

Lies Van Gasse (1983) is een dubbeltalent. Ze munt uit in zowel poëzie als beeld, die ze beide graag combineert in haar graphic poems. Van Gasse is als leraar verbonden aan de academie van Deurne (opleiding Schrijven) en Lier (opleiding Beeld en Woord-in-Beeld). Ze publiceert sinds 2008 en heeft reeds heel wat poëziebundels en literaire prijzen op haar naam, waarin ze een grote gevoeligheid aan de dag legt voor het gegeven stad (zie o.a. haar bundel ‘Wassende stad’, 2017). Van Gasse wil haar stadsdichterschap zowel met woord en beeld invullen. Voor haar kandidatuurstelling schreef ze een stadsgedicht over Rubens: “Toen ik hoorde dat het Rubenshuis gaat sluiten wegens verbouwingen, was ik wat ontdaan. Dit inspireerde me tot een gedicht over Rubens. Ik wilde het eerst in het Rubenshuis situeren, maar nam uiteindelijk toch de omgeving van de Groenplaats als decor, zodat ik de vele betekenissen van licht en schaduw tot hun recht kon doen komen.”

Alle stadsgedichten van Seckou kan u nalezen op www.iedereenstadsdichter.be waarop hij ook zijn participatieve stadsdichterprojecten op deelt.