Lees! Het Boekenfestival

4 november 2021

Of hoe mijn liefde voor poëzie ontstond
Door Monique Bol

De Expo daverde op haar grondvesten toen boek.be ophield te bestaan. Niemand kon geloven dat Kortrijk de fakkel zou overnemen. Want de boekdrukkunst van Plantijn en Moretus had toch eeuwen geleden al de stad Antwerpen geridderd tot de boekenstad?

Tot ieders verbazing herrees de boekenbeurs uit de as. Antwerpen en Kortrijk kunnen vredig samen de literatuur in het zonnetje zetten. Lees! het boeken festival, zoals de organisatoren het Antwerpse evenement doopten, is dit jaar zo klein, zegt men. Ja, het klopt, er zijn maar drie zalen en er is minder randanimatie. Toch verdienen de organisatoren een pluim. Amper vier maanden kregen ze de tijd om dit huzarenstukje te realiseren.

Lees! het boeken festival pakt het anders aan. Het uitroepteken is een uitnodiging tot lezen. Er is voor elk wat wils. Auteurs en uitgeverijen maken hun opwachting en ook nu weer is er dagelijks een aanbod aan entertainment, workshops en signeersessies. De cateringfaciliteiten werden hertekend. Er is de succesvolle Boekathon. Boeken en auteurs dwarrelen via de media de huiskamer in.

Op Lees! het boeken festival worden de titels per thema voorgesteld. Bredere gangen zorgen voor een groter ruimtegevoel, want het virus loert nog steeds om de hoek. Er zijn plekjes om te rusten of om elkaar te ontmoeten. Nog meer dan vroeger is er aandacht voor kinderen. De jeugd is het leespubliek van de toekomst. Leesbevordering is een hot item en dat kan ik alleen maar toejuichen.

Mensen vroegen me vroeger vaak of ik de boekenbeurs niet beu werd. Nee dus. De keuze van lezingen was zo groot, dat ik niet anders kon dan meerdere dagen mijn opwachting te maken. Ik kon niet genoeg krijgen van de boeken, de lezingen, de sfeer, het geroezemoes.

Jaarlijks kijk ik uit naar ons moeder-dochter dagje. Dochterlief is, net als ik, een leesbeest. Al heb ik al mijn kinderen even vaak voorgelezen, toch zijn de zonen geen boekenfans. Ieder zijn meug.

Het geroezemoes in de zalen klinkt heerlijk. Gezellig kuieren we langs de rekken. We ontdekken recente boeken en klassiekers, auteurs en illustratoren, wonen lezingen bij maken hier en daar een praatje.

Bij de stand van Creatief Schrijven ontdek ik mijn gedicht in het Grootboek, net op het moment dat de burgemeester langskomt.

Het gedicht gaat over jongeren. Ze worden verleid door de gezellige drukte in de stad, maar ooit keren ze terug naar de rust in hun geboortedorp.

Bdwpoezie

neem de stoptrein
vergaap je aan het groen. neem de boemel
volg de route langs de drukke lijn
en heradem, stap af bij het station, staminee
voor toevallige passanten. het dorp dauwt
als grasgrond op het wapenschild
de winkelstraat scheurt de kern doormidden
je vindt er moten vis en de beste beenhouwer
en kinderen vliegen de wijde wereld in
maar ver weg in de stad missen ze het bos
het sprookjeshuis en zelfs de laatgotische kerk
altijd weer keren ze naar de regelmaat die opvalt
naar de hoeves en de huizen met een rieten dak
in villa jeanne vloeit de pen tot een explosie
van niet eerder geformuleerde zinnen.
praatjesmakers bietsen hun erfenis, met marc
groet ’s morgens de dingen, in het dorp
verscholen in het groen

Wat later kom ik in de verleiding om de telefoon van Iedereen Beroemd op te nemen. In een van de hallen staat hij onophoudelijk te rinkelen. Moet je doen, mama, zegt de dochter, maar nee denk ik, toch maar niet. In mijn hoofd ontspint zich een gesprek dat ik wel zou willen delen met de ouderwetse hoorn.

Een jaar of vijf geleden volgde ik een workshop bij Ish Ait Hamou, de bestsellerauteur van Het moois dat we delen, van Cécile en van Klem. Nadien had ik hem verteld dat het me niet zou lukken een uitgever te vinden. Hij drukte me toen op het hart om nooit op te geven.

Hij kreeg gelijk, want mijn debuut er liggen twee holtes op je kussen kon Uitgeverij C. de Vries-Brouwers wel charmeren. De ik-persoon verdiept zich in wat personages drijft, zet de man in de schijnwerpers, toont hem, bewierookt, veroordeelt. Ook de zee speelt een rol. De bundel vermengt vreugde en eenzaamheid.

Het spannendste, vond ik, was het moment dat de dochter het manuscript zou lezen. Ze leest vaak, we volgden ook samen een schooljaar lang een schrijfcursus, maar momenteel voelt ze niet de drang om te schrijven. Na lezing belde ze me, enthousiast over de bundel. Nu ik haar kritische kijk overleefde, denk ik dat het wel goedkomt.

Als de papierschaarste geen roet meer in het eten gooit, kan ik mijn debuut binnenkort echt in mijn handen houden.

Ik volgde de schrijfopleiding omdat ik wilde leren hoe verhalen op papier te zetten. Ik ontdekte er tevens de poëzie, in het bijzonder door twee gedichten: het gedicht totaal witte kamer van Gerrit Kouwenaar, en een titelloos gedicht met als eerste regel spreeuwen worstelen zich luidruchtig door de mispelboom, van Marleen de Crée.

Van het gedicht van Kouwenaar begreep ik amper iets, tot ik in de les vernam wat erachter zat, en wat de auteur gedreven had om het te schrijven. Het gedicht over de mispel sprak me aan omdat de vrucht me herinnerde aan de smaakvoorkeur van mijn grootvader. Dat de meeste studenten niet wisten hoe een mispel proeft, speelde mee.

Had ik beter de telefoon opgenomen voor een paar minuten eeuwige roem? Misschien neem ik een van de dagen nog een keer tram 6 richting de Expo. Omdat het kan.